header image

Hard werken, herenigingen & verlies; het leven in een notendop.

Posted by: | 13 november 2019 Reageren uitgeschakeld |

Hard werken, herenigingen & verlies; het leven in een notendop.

Zo zit je maandenlang in een klooster met vierenhalve monnik en zo paradeer ik plots door de straten en steegjes van Melbourne met nog vierenhalf miljoen anderen. Opnieuw een volstrekt vreemde omgeving en nu nog iets vreemder door het enorme contrast met de oorverdovende stilte van het klooster dat wordt omringt door niets dan groen gebergte. Hier tussen de glazen en stalen gebergtes dwaal ik uren door de urban jungle, alles in me opnemend als een uitgedroogde spons. Ik ben hier in Melbourne met een reden, werk. Jaarlijks reizen duizenden jongeren af naar Australië met een workholiday visum, waarmee ze dus zowel mogen werken als reizen. Van horen zeggen hoor ik veel verhalen van mensen die enorm veel geld verdienen en het daarna ook weer enorm snel uitgeven in Australië. Mijn doel is om ook enorm veel geld te verdienen en het daarna in allerlei andere plaatsen uit te geven, plaatsen waar ik in ruil voor die paar stuivers weer stil mag zitten en naar de vloer mag staren. Ieder zo zijn hobby zullen we maar zeggen… Na een week vol nieuwe ontmoetingen met andere werkzoekers, meer dan honderd online sollicitaties en een flinke dosis stadswandelingen doemen daar zowaar twee mooie kansen op.
Ik mag op gesprek komen bij een startup die een nieuwe technologische techniek toepast om internet verbindingen bij mensen en bedrijven te brengen, verbindingen van verbazingwekkende snelheden welteverstaan. De sfeer hier is goed, er werken velen internationale werknemers, het salaris is goed en vrijwel het halve sollicitatiegesprek gaat over mijn tijd in het klooster. De CEO is razend enthousiast over meditatie en deelt mijn visie dat focus een van de doorslaggevende karakteristieken kan zijn wanneer het aankomt op productiviteit en gelukzaligheid. Er wordt al hevig gespeculeerd over ochtend meditaties met de werknemers etc, kat in het bakkie zou je denken. Daarnaast kom ik in contact met een boer genaamd Phil. Deze man is samen met een andere boer haastig op zoek naar een backpacker. Een aantal van zijn werknemers zijn ziek of geblesseerd en het achtergebleven personeel wordt bedolven onder het werk en de koeienpoep. Ik kan direct langskomen om proef te draaien maar mag wel meteen heel mijn hebben en houwen meenemen, het is immers 250km van Melbourne. Ik ben benieuwd wat u denkt dat ik gekozen heb?
Uiteindelijk heb ik het boerenleven verkozen boven de stedelijkheid. Misschien denkt u, die jongen heeft toch gestudeerd, waarom zou je een mooie kans bij een start-up laten liggen om je te laten bedelven onder de viezigheid? Laat het nou net zo zijn dat ik hier een aantal, naar mijn mening, goed gefundeerde redenen voor heb. Ten eerste heb ik al een tijdje met de monniken in het klooster overlegd; unaniem waren zij het er over eens dat werk met de handen bevordelijk is voor de beoefening van meditatie en aandacht. Hier wordt het lichaam gebruikt, iets waar een aardig doorgelezen jongen als ik wel eens baat bij kan hebben. ‘To come to your senses, you must loose your mind’, zullen we maar zeggen. Daarnaast is mijn vader opgegroeid op een boerderij, daar werden de kinderruggetjes al ingezet om bij te dragen aan het zware werk. Ook werden hier koeien gehouden en gemolken. Het lijkt mij dan ook meer dan mooi om even terug te gaan naar mijn ‘roots’, niet alleen spreekwoordelijk maar ook letterlijk weer terug naar een leven dat meer in verbinding staat met de aarde en alles wat daarop loopt. Ten derde is mijn naam Joris. Ja dus, hoor ik u denken… Joris blijkt af te stammen van het engelse George, dit stamt daarentegen weer af van het Griekse woord ‘georgos’ wat betekent; boer of aardewerker. Laat ik deze ‘toevalligheid’ dan ook maar eens op de proef stellen en kijken of het boerenleven me misschien ook echt past. Tevens ben ik enorm nieuwsgierig naar de manier waarop de veeteelt bedreven wordt. Grafieken van verscheidene wetenschappers tonen aan dat met name de veeteelt enorm schadelijk is voor het milieu. Ikzelf, als vegetariër en nu ook Boeddhist; ofwel ik heb de eed afgelegd om geen levend wezen te nemen, ben dan ook erg benieuwd hoe er met het leven van koeien wordt omgegaan, wat voor sociale kwesties in deze sector spelen en hoe milieubewust het er hier aan toegaat. Als aller laatste ben ik na enige tijd ook tot het inzicht gekomen dat ik een andere tip van de monniken onbewust ter harte heb genomen. Deze was; na dit retraite van drie maanden is het van groot belang hier niet te veel over te praten, maak er vooral geen ego project van. Ofwel, heel leuk dat je hier drie maanden hebt gezeten maar als je er nu mee te koop gaat lopen en jezelf een grote jongen vindt dan is al de moeite eigenlijk al voor niets geweest. Toen de boertjes hier vernamen dat ik drie maanden in een klooster had gezeten werden vooral de schouders opgehaald en ging het werk gewoon door. Dat terwijl ik tijdens het interview bij de start-up al direct werd overladen met complimenten en bewondering. Dus, nu op naar de koeien, uitgestrekte landerijen en een ongelofelijke lading poep.

Het boerenleven
Na een rit van twee uur stap ik het treinstation uit in een plaatsje genaamd Colac. Dit stadje dat al erg ‘groot’ is in vergelijking met andere plaatsen in de zuidwestelijke regio van Victoria telt maar liefst 12000 inwoners, ongeveer evenveel als het bruisende dorpje waarin ik ben opgegroeid. Ik wandel het station uit en word begroet door een vrolijk ogend stel, deze boer en boerin ontvangen me met open armen en ik weet direct dat ik een goede keuze heb gemaakt. ‘We zijn een beetje gek, maar wel gezellig gek’, delen ze me mee. Voor ik het weet ben ik onderweg naar Simpson, een gehucht van 200 inwoners dat omgeven wordt door niets anders dan veehouderijen. Kortom, ik ben beland in een gebied dat met een straal van 50, nee misschien wel 100 kilometer, uit niets anders dan veehouderijen bestaat. Kleine dorpjes met wild-west achtige gebouwen zoeven voorbij, het gras is geel, droog en verscheidene borden geven dan ook aan dat de kans op bosbranden nog erg hoog is. Ik lijk met iedere kilometer die we dieper het veehouderij gebied inrijden ook direct een aantal jaar terug de tijd in te worden getransporteerd. Hier gaat het leven nog volgens een ander tempo, bepalen de weersomstandigheden welke keuzes er gemaakt worden en is de mens dus nog afhankelijk van de natuur en heerst niet de illusie dat we heer en meester zijn hier op moedertje aarde.
Binnen een half uurtje sta ik voor mijn eigen huis met welgeteld drie slaapkamers, een grote woonkamer en keuken, badkamer met bad en douche en een enorme tuin die zich richting alle windstreken uitstrekt. Daarnaast word ik voorzien van een eigen auto, deze mag ik lenen zolang ik hier werk. Ofwel alles is geregeld en de volgende dag kan ik dan ook meteen mijn schone laarzen aantrekken om die eens goed vies te gaan maken. De dagen beginnen vroeg, om 04:45 word ik in de stal verwacht, gelukkig ben ik drie maanden lang om 4 uur s’ochtends wakker geworden, dit is dan ook geen probleem. Voor ik het weet vliegen de dagen, weken en zelfs maanden voorbij. Ik werk op wel drie boerderijen, de schaal van de boerderijen is niet te vergelijken met Nederland. Landerijen van honderden hectare waar de koeien het hele jaar door buiten lopen en vers gras eten, tot wel 800 koeien op een boerderij en handelsimperia die koeien zelfs met het vliegtuig naar China verschepen. Daarnaast blijk ik beland te zijn op een boerderij die aan het transformeren is naar de grootste robot-gestuurde melkveehouderij waar gegraasd wordt ter wereld. Enorme bedragen worden hier geïnvesteerd in jawel, Nederlandse melkrobots, die de koeien dag en nacht kunnen melken. Zo kunnen koeien zelf gaan bepalen wanneer ze zich laten melken, iets wat me positief stemt als het gaat om het welzijn van dieren. Niet alleen melken deze robots de koeien, ook wordt met behulp van allerlei sensoren het gedrag van de koe gemonitord en de melk getest. Het idee is dan ook dat boeren meer tijd krijgen om dieren die ziek zijn of tekenen van ziekte vertonen in een eerder stadia te kunnen helpen en aandacht te geven. Hiermee wordt het contact met de dieren juist verhoogd in plaats van verminderd, iets wat misschien een niet voor de hand liggende gedachte is wanneer men aan robotisering denkt. Een andere ontwikkeling die me vrolijk maakt is de technologie die het mogelijk maakt om koeien te insemineren met zaad dat een vrijwel 100% kans geeft op een vrouwelijk nageslacht, jonge stiertjes hoeven dan ook niet meer naar de slachterij omdat ze er simpelweg niet meer zijn. Iets wat nu nog wel op grote schaal gebeurt en wat me erg verdrietig maakt. Gelukkig heeft ook hier de technologie niet stilgestaan blijkt wel. Het idee dat ik met iedere kilometer die ik van Melbourne de outback inreed terug de tijd in ging is dan ook niet juist.
Ondanks al deze ontwikkelingen die het leven voor koeien aanzienlijk kunnen verbeteren roept het houden van dieren ook gevoelens in me op die ik niet geheel prettig vind. Zo zijn de meeste koeien zodra ze niet meer genoeg produceren alsnog rijp voor de slachterij, iets wat in strijd staat met mijn principes. Ook het scheiden van kalfjes van hun moeders voelt niet goed. Het verplaatsen van groepen koeien door de afgebakende lanen van het boerenlandschap voelt toch een beetje alsof ik kampbewaker ben in een concentratiekamp. Je zou kunnen stellen dat het houden van dieren voor een puur economisch belang me vooral tegenstaat. Net zoals het me tegenstaat dat de mens veelal wordt afgeschilderd als een ‘homo economicus’ in plaats van een ‘homo sapien’, ofwel ‘een rationeel individu dat op eigenbelang uit is’ in plaats van ‘de wijze mens’. Het buiten zijn, werken met mijn handen en de rust die ik hier ervaar zijn daarentegen wel heerlijk. Zo kan ik ook uit deze ervaring weer een oneindige hoeveelheid wijsheid halen en de vele paradoxen die het leven kenmerken ervaren.

Een leven in stilte en bezinning
Naast het werken op de boerderie spendeer ik mijn tijd voornamelijk alleen in de enorme casa die ik hier huur. Na maanden van stilte met anderen ben ik hier nu vooral stil met mezelf. Dit is een grotere uitdaging dan het samen stil zijn in een klooster met een zwaar gestructureerd leven. Want waar je eerst samen at, sliep en mediteerde is er nu geen schema of zenmeester die deze activiteiten bepaald. Totale vrijheid denkt u misschien? Het tegenovergestelde is waar in mijn beleving, juist in de uiterlijke structuur en met al het mediteren ervaar ik grote innerlijke vrijheid. Nu ik hier grote uiterlijke vrijheid ervaar is er niet automatisch een gevoel van innerlijke vrijheid. Alhoewel al dat mediteren zeker wel een vergroot gevoel van innerlijke vrijheid brengt doemt nu, in de afwezigheid van een omgeving die volledig in het teken van zen-beoefening staat, mijn ‘karma’ weer op. Ofwel, de gewoontes en gedachtenpatronen die diepgeworteld zijn, maar tijdens de drie maanden kloosterperiode tijdelijk verbannen waren, komen nu weer stiekem de hoek omkijken.
Gewoontes zoals het nieuws lezen tijdens het ontbijt, intensief naar artikelen speuren op het net en momenten van leegte invullen met een activiteit steken de kop weer op. Ieder mens heeft denkgewoontes die hij/zij liever kwijt dan rijk is, of waarvan je weet dat ze niets bijdragen aan je gevoel van geluk en voldoening. Zo is het lezen van het nieuws meer een compulsieve gewoonte voor me, die me vaak eerder tot zorgen aanzet dan tot meer vreugde. Na drie maanden waarin ik geen enkel nieuwsfeitje heb waargenomen komt het nieuws nu dan ook extra gevoelig bij me binnen. Mondiaal biodiversiteitsverlies, het Epstein schandaal, ondermijning van recht en media door politieke figuren en ga zo maar door. De wereld lijkt, wanneer ik over de nieuwspagina’s scroll, ten onder te gaan. Dit terwijl het kloosterleven juist het meest positieve beeld van de mensheid toont; mensen van alle soorten en maten die vrijwillig hun tijd inzetten om zichzelf te ontwikkelen en anderen helpen de negatieve gedachtenpatronen en emoties bloot te stellen, inzicht te genereren en zo wijs en compassievol te worden.
De paradoxale combinatie van deze twee werelden voelt voor mij aan als de ultieme middenweg. Ofwel, het op de hoogte zijn van de problemen en situaties die zich voortdoen in de wereld maar tegelijkertijd een streng nieuwsdieet volgen dat bestaat uit stilte en inkeer. Zo heeft het compulsief volgen van het nieuws in mijn ogen geen enkele toegevoegde waarde voor de kwaliteit van mijn leven. Tegelijkertijd is het op de hoogte zijn van wat er speelt een enorme motivator om te doen wat juist is. Zo heeft het Epstein schandaal en de milieuproblematiek me tot vele inzichten geleid terwijl ik hier zo alleen over het weiland aan het turen ben. Juist door maar een of tweemaal in de week het nieuws te volgen ontstaat er ruimte om stil te staan bij wat dit met me doet en waar ik zelf mogelijk kan bijdragen aan een oplossing voor de problemen die heersen. Wanneer ik dagelijks het nieuws volg ben ik overgeleverd aan de infotainment die met iedere krantenkop wordt uitgedragen, scrollend van artikel naar artikel. Maar twee dagen van nieuws volgen waarbij ik een aantal artikelen lees en opschrijf wat dit met me doet zet aan tot zelfreflectie.
Hoeveel ben ik me bewust van het feit dat vele vrouwen dagelijks ongewenst bejegend worden? Waarom vlieg ik nog heel de wereld over terwijl ik me bewust ben van de schadelijke invloed die vliegen met zich meebrengt? De omgeving van de mens is immers de medemens. Hoe bewust ben ik me van de invloed die mijn acties hebben op anderen. Het nastreven van mijn doelen en het daarbij behorende reizen kan immers van invloed zijn op het overstromen van bewoonde eilanden in de grote oceaan en uiteindelijk zelfs tot het onderlopen van mijn geliefde moederland. Waar is de toepassing van de wijsheid dat mijn acties onlosmakelijk verbonden zijn met reacties ergens anders? Probeer uw adem maar eens drie minuten in te houden en u komt er vrij snel achter dat de lucht in de atmosfeer ook onderdeel is van uw leven en wezen. Op dit moment moet ik bekennen dat ik niet genoeg energie heb geïnvesteerd in duurzaam leven. Kijkend naar de reislustigheid van mijn generatie zie ik dat ik hier niet de enige in ben. Weekendjes weg en citytripjes naar vrijwel alle Europese hoofdsteden zijn aan de orde van de dag. Ik heb me dan ook voorgenomen om, bij terugkomst in Europa in December, enkel nog met het openbaar vervoer en liftend door Europa te reizen.
Ondanks dat bepaalde gedachtenpatronen en gewoontes weer aan de oppervlakte komen merk ik dat ik zachter ben geworden in het oordelen hierover. Waar een ongewenste gewoonte eerst aanleiding was tot zelfkritiek en verzet is er nu een glimlach. Het verzetten tegen deze gewoontes versterkt ze enkel in mijn beleving, hoe harder ik probeerde om geen koffie te drinken, des te meer het verlangen geen koffie te drinken opkomt; ‘what you resist persist’. Het is mooi om te zien hoe bepaalde gewoontes en manieren van kijken naar de wereld langzaam transparant worden en veranderen. Reizen en mediteren verandert mijn perspectief dan ook en daardoor verandert alles.
Zo merk ik op dat veel boeren hier overtuigd zijn dat zuivel van groot belang is voor de economie, dat de veeteelt veel minder schadelijk is voor het milieu dan wetenschappers zeggen en dat ook vleeseten erg belangrijk is. Het is een bepaalde manier van kijken naar de wereld die versterkt wordt door alle anderen waar deze boeren mee omgaan. Daartegenover staat een groep ‘extreme’ veganisten die in Australie sterk aanwezig is. Deze veganisten zijn voor een wereld zonder veeteelt, vleeseten en het houden van dieren. Zo staan deze groepen met de hakken in het zand tegenover elkaar. Iedere groep eist een uiterste op het spectrum. Ik vraag mij af wat beide partijen gemeen hebben, mijn conclusie is het welzijn van dieren. De afgelopen tien tot twintig jaar is er al erg veel verbeterd betreffende het welzijn van dieren en mij lijkt dit dan ook de ideale startpositie voor beiden partijen om met elkaar in discussie te gaan. Erken dat boeren hardwerkende mensen zijn die liefde hebben voor hun beroep en de dieren waarmee ze werken, ook voor hen is het welzijn van dieren van groot belang, hoe gezonder een koe des te meer deze immers produceert. Veganisten zien het liefst een wereld zonder veeteelt en vleeseters, tegelijkertijd kun je niet eisen dat mensen hun leefwijze direct volledig omgooien. Pak het stap voor stap aan en maak mensen bewust van de negatieve effecten van dagelijkse vleesconsumptie, voer actie voor betere dieren rechten en genereer zo een positieve verandering die langzaamaan kracht wint. ‘Denk niet wit, denk niet zwart, denk niet zwartwit. Maar in de kleur van je hart.’ Zelfs de koeien zijn niet helemaal zwartwit hier als je goed kijkt. Na weer een wekelijks nieuwsbezoek zie ik dat ook in Nederland een grote boerendiscussie op gang is gekomen. Wie weet wat voor boerenwijsheid ik hier nog op kan doen om in Nederland iets nuttigs bij te dragen aan dit debat…
Uiteindelijk heb ik drie en halve maand alleen gewoond in de prairie hier. Toch heb ik me geen moment eenzaam gevoeld of echte heimwee gehad. Het harde lange werken maakte dat ik vooral behoefte had aan rust in de momenten dat ik alleen thuis was. Ik vond het vooral mooi om te zien hoe ik op mezelf ben; hoe schoon is het huis wanneer er nooit iemand binnen komt, hoeveel sport je als nooit iemand je lichaam te zien krijgt, houd ik het lezen en mediteren ook vol als er niemand is om dit mee te bespreken of aan te tonen. Ofwel, hoe volwassen en gedisciplineerd kan ik op mezelf zijn in de afwezigheid van anderen om me heen. Dit kan wel eens een waardevolle les zijn voor aankomende retraites en/of solo-retraites waarbij ik niets dan mezelf heb en een meditatieschema om te volgen. Hoeveel discipline heb ik dan en hoe sterk is mijn richting om anderen te helpen?
Na al dit alleen zijn en werken was daar dan het samenkomen van het verlangen van familie, vrienden en mijzelf om elkaar weer te zien. Negen maanden zonder vader, moeder en zusje waren lang genoeg. Vanuit het Australische achterland vertrek ik dan ook weer naar Melbourne om af te reizen naar Georgie, waar ik als George natuurlijk als een vis in het water ben.

Georgie – waar Europa, Azië, het Midden-Oosten en een familie samenkomt
Na negen maanden van afwezigheid, waarin ons contact vooral bestond uit watsapjes en vastgelopen videobeelden’ zag ik door de deuren naar de aankomsthal mijn vader en moeder al haastig rondrennen. Ze waren immers nog maar luttele seconden verwijderd van een innige omhelzing waarnaar ze al zolang uitkeken. De deuren schoven open en de ouders stoven in mijn armen, gevolgd door mijn zusje. Het gezin was weer compleet, wat voelt dat goed. Na elkaar weer eens grondig ondervraagd en onderzocht te hebben struinde we op het gemakje door de prachtige en diverse stad Tbilisi, de hoofdstad van Georgie. In deze stad komen oost en west samen in een complexe mix van culturen die tot uiting komt op ontelbare manieren. Dit manifesteert zich in vele architectonische stijlen, heerlijke gerechten uit de wereldse keuken en een lange rijke geschiedenis.
Na al dit moois gezien en geproefd te hebben zijn we klaar om de rest van Georgie te gaan ontdekken. We stappen in onze huurauto, zwengelen de radio aan en direct schalt Celine Dion door de speakers. Meteen zijn we in totale euforie, Celine Dion werd immers voor lange tijd iedere zondagochtend in huize van Bakel gedraaid. Vervolgens openen we de cd box waarin welgeteld een werkende cd te vinden is; ABBA Gold, nog meer totale euforie. ABBA is immers op talloze mooie momenten gedraaid in ons huis. Zo staat mij een heerlijk kerstdiner voor de geest waarin we gezamenlijk door de woonkamer dansen op het nummer ‘Dancing Queen’ met een tablet in de hand waarop ook familie vanuit Canada meedeint. Zo begint de roadtrip door Georgie meteen goed en horen we twee weken lang niets anders dan ABBA de speakers uit blèren.
Al toerend door Georgie leren we een land kennen dat getekend is door een lange historie aan bewoning. De mensen lijken het bourgondische en gastvrije leven hier uitgevonden te hebben. In vrijwel ieder appartement waar we neerstrijken wordt de zelfgebrouwen rode wijn en zelfgemaakte kaas tevoorschijn gehaald. Zo belanden we in iedere stad ietwat aangeschoten in een gesprek met een gebrekkig engels sprekende huisbaas. Maar gastvrijheid komt niet tot uiting in goedgesproken zinnen maar in de liefde waarmee geprobeerd wordt een ander zich thuis te laten voelen. Als gast voelen we ons hier overal dan ook meer dan welkom. Opvallend is ook de Europese vlag die werkelijk overal te vinden is. Georgie voelt zich dan ook echt Europees en heeft de aspiratie om deel te worden van de Europese unie. Iets waar Rusland nog iets minder op zit te wachten, de Russen bezetten op dit moment twee grote regio’s van Georgie.
Deze spanningen met Rusland komen tijdens ons verblijf ook tot uitbarsting. In diverse steden zijn protesten aan de gang vanwege een Russische minister die een conferentie wil bijwonen in Georgie. Iets wat de Georgische burgers niet accepteren, aangezien diezelfde Russen een groot deel van hun geliefde land bezetten. Daarnaast maakt ook de LGBTI gemeenschap zijn intrede in Georgie, iets dat niet zonder slag of stoot gaat in dit nog zeer orthodoxe land. Zo zijn er tal van ‘sterke’ mannen die oproepen om deze beweging, die een pride wil organiseren, de straat af te meppen. Tegelijkertijd wil de regering toenadering zoeken tot Europa, waar LGBTI rechten juist van grote waarde zijn.
Het is interessant om deze kant van Georgie ook waar te nemen. Hier waar de mensen zo gemoedelijk lijken worden dus ook verhitte discussies gevoerd. Deze gemoedelijkheid is misschien ook deels terug te leiden tot de grote liefde voor wijn. Zo is de wijn in Georgie uitgevonden en begint de Georgische wijn nu ook wereldwijd langzaam haar intrede te maken. Na in negen maanden slechts eenmaal een wijntje gedronken te hebben kan ik de verleiding niet weerstaan om in Georgie weer wat vaker dit hemelse rood over mijn lippen te laten vloeien.
Al neuriënd op de ABBA nummers, verwelkomend met rode wijn en gekluisterd aan het auto raam scheuren we zo heel Georgië door. Dit land weet ons continue weer te verbluffen. Van de hoge bergtoppen in de Kaukasus tot de verborgen grotsteden die door heel het land te vinden zijn, met als meest indrukwekkende de koninginnestad Varzia. Langs Sighnaghi, de stad van de liefde, omgeven met wijnvelden en met zicht op uitgestrekte bergketens, tot de heldere zwarte zee in het verbazingwekkende stadje Batumi, waar enorme nieuwe hotelketens samen gaan met een oud stadje dat Mediterraans aanvoelt. Overstekend door uitgestrekte steppes op de grens met Armenië en dan weer door de droge valleien die Georgie doorkruisen. Hier waar het Midden-Oosten, Europa en Azië samenkomen, de mensen gastvrij zijn, de wijn rijkelijk vloeit en het landschap adembenemend is. Hier zijn wij als gezin even getuige van al deze rijkdom en de rijkdom van het samenzijn voordat onze wegen weer scheiden, zoals alle wegen in Georgie even samenkomen om vervolgens weer te scheiden. Zo bewandel ik mijn weg weer richting Azië, waar de rest huiswaarts keert.

Sri Lanka – een parel in de Indische oceaan
Na het heerlijke weerzien met familie in Georgie ben ik nu aangekomen in Sri-Lanka. Dit grotendeels Boeddhistische land heeft een net als Georgie een rijke geschiedenis, waaruit niet alleen een rijke cultuur uit is voort gekomen maar dat ook tot voor kort werd getergd door oorlog. De afgelopen jaren wist Sri Lanka echter veel toeristen te trekken, een teken dat de wederopbouw haar vruchten begon af te werpen. Dit jaar werd deze wederopbouw echter ruw verstoord door een gewelddadige aanslag op verschillende plaatsen, zo werd onder andere een volle kerk vol Pasen vierende gelovigen verwoest. Deze verschrikking heeft het volledige toerisme in Sri Lanka vrijwel platgelegd. Direct bij aankomst merk ik dan ook nog goed wat de naweeën zijn van dit geweld. Een leger aan militairen en politie heeft zich opgesteld op verschillende plaatsen in de toeristische badplaats Negombo. Dit terwijl er vrijwel geen toerist te bekennen is in deze normaal zo drukke trekpleister. Vrijwel iedere tuktuk bestuurder en gasthuiseigenaar benoemt de problemen waarmee men te kampen heeft. Niet alleen de aanslag, maar vooral de afwezigheid van toeristen is een grote schok voor zovelen. Daar waar het toerisme de afgelopen jaren een explosieve groei doormaakte zijn velen afhankelijk geworden van deze industrie, dit is nu in een klap weggevaagd en begint nu, drie maanden na de aanslagen, maar mondjesmaat op gang te komen. Wat me vooral raakt zijn de verkopers die rondhangen bij verschillende monumenten, deze arme ambachtslieden zijn afhankelijk van de verkoop van kleine souvenirs. Souvenirs die ze nu al maanden niet aan de straatstenen kwijt kunnen raken en die ik ook niet allemaal van ze kan kopen. Dit leidt soms zelfs tot smekende verkopers die hun prijs wel erg ver naar beneden drijven.
Ondanks de lastige situatie waarmee zovelen nu moeten leven in Sri Lanka worden we overal met een brede glimlach en open armen ontvangen. Hier lijken de mensen nog meer vanuit hun hart te leven en wat minder vanuit het hoofd. Dit kenmerkt zich mooi tijdens een van de vele busritten die we maken over de opvallend goed begaanbare wegen. De gehele bus zit gewoon, geen afleiding van telefoons, boeken, of andere bezigheden. Hier hoeft niet iets gedaan te worden, hier wordt gewoon gezeten wanneer men zit en gegeten wanneer men eet. Daar kan menige rusteloze Nederlander nog iets van leren. Ook valt me op hoe oprecht de vele gidsen zijn waarmee we in aanraking komen. Zo bezoeken we een van de oudste aangeplante bomen ter wereld, de bodhi boom in Anuradhapura, die door boeddhisten is aangeplant en afstamt van de bodhi boom waar de Boeddha de verlichting onder bereikte in India. Hier legt onze gids uit dat de vele monniken die hier rondlopen niet allemaal even compassievol zijn; ‘er zijn goede monniken en slechte monniken, je weet alleen nooit zeker of een monnik nu goed of slecht is’ legt hij uit. Een uitspraak die me zeker verrast in een land dat zeer Boeddhistisch is en waar monniken een erg hoge status genieten in de samenleving.
Naast Boeddhistische tempels kent Sri Lanka nog vele andere pareltjes. Zo zijn er talloze natuurgebieden te vinden vol wilde dieren. Buiten Afrika schijnt Sri Lanka dan ook de meest geliefde plaats voor safari’s te zijn. Hier mogen ook wij van genieten en zo staan we oog in oog met verschillende panters, olifanten, buffels en krokodillen. Waar de dichte jungles plaatsmaken voor de kustlijn vinden we talloze uitgestrekte witte stranden. Standen die ook nog eens grenzen aan kraakblauw water waar wonderschone golven over dansen. Op deze golven leer ik voor het eerst om te dansen op het water door middel van een surfbord. Wat een heerlijke sport! Al surfend is er geen ruimte voor ook maar het minste grammetje afleiding, alleen met volledige focus en het samenzijn van lichaam & geest kunnen de golven bedwongen worden. Geen wonder dat surfen oorspronkelijk een haast spirituele beoefening is. Wanneer er echt gesurfd wordt is er immers geen onderscheid meer tussen de surfer, het bord en het water. Naast het bedwingen van de golven en waarnemen van de natuur komt ook mijn menselijke natuur en behoeftes weer aan de oppervlakte drijven. Na maanden van kloosterleven en alleen zijn maken ook vrouwen weer een intrede in mijn leven.
Waar in de stilte mooie inzichten werden gewonnen word ik nu blootgesteld aan misschien wel de mooiste manier van wijsheden opdoen. De spiegel die me wordt voorgehouden door het samenkomen met andere mensen is in mijn ogen kraakhelder. Je kan nog zoveel mooie voornemens en idealen hebben maar wanneer je oog in oog staat met een ander mens is iedere manier waarop je jezelf uitdrukt een uiting van de wijsheid die je je eigen hebt gemaakt. Dit wordt misschien nog wel versterkt wanneer het gaat om het samenkomen met een persoon op intieme wijze. Een van de redenen waarom ik ben begonnen met mediteren is immers omdat ik geen enkel benul had van de gevoelswereld die zich binnenin me afspeelde en daardoor was de gevoelswereld van een ander al helemaal buitenaards terrein. Hier aan de parelwitte stranden ervaar ik echter dat de buitenaardse gevoelswereld van een ander nu even helder weerspiegeld wordt als de talloze sterren die op de kalme Indische oceaan gereflecteerd worden. Dit voelt goed. In plaats van te verdrinken in het onbenul van mijn eigen gevoelswereld neem ik nu enkel waar wat de ander voelt en dit stelt me in staat om zonder eigenbelang volledig voor een andere persoon aanwezig te zijn. Deze verbinding voelt intiemer dan de meest passievolle nacht uit mijn jonge bestaan. Zo wordt niet alleen het eiland Sri Lanka ontdekt maar ook een nieuwe gevoelslaag die voortkomt uit de intentie om er voor anderen te zijn. Het echte reizen en ontdekken vindt dan ook niet plaats in verre landen maar in de verdieping van onze subjectieve ervaring van het leven. Hij/zij die diens subjectieve ervaring van het leven kan verdiepen en verrijken maakt immers ieder moment meer waardevol. Zo wordt zelfs de meest minuscule waarneembare verandering een moment vol vreugde en inzicht en ontstaat er een staat van zijn die niet gevoed hoeft te worden met ontelbare nieuwe ervaringen maar die volledige berusting heeft in het huidige moment. Zo is er geen reizen, geen weggaan, geen terugkomen, ik ben immers altijd al thuis. Na die paradoxale taal is het verstandig om maar weer eens naar het boerenleven in Australie terug te keren.

Het boerenleven deel twee
De eerste keer dat ik Australie bezocht, ongeveer 5 maanden geleden, was ik alleen, had ik geen werk en geen onderkomen. Nu is echter alles anders, ik heb een baan die op me wacht, een huis en ook ditmaal ben ik niet alleen. Ik heb mijn beste vriend, Mathijs, meegenomen. Mathijs heeft besloten om net als mij wat pegels te gaan verdienen op het Australische continent. Ik spaar voor retraites en cursussen en hij voor een wereldreis samen met zijn vriendin. Samen reizen we dan ook af naar Simpson, waar het boerenleven op ons wacht. Eenmaal aangekomen worden we ietwat overvallen door het grote contrast met het zonovergoten Sri Lanka en de relaxte sfeer. Hier is niet alles vlekkeloos verlopen op de boerderijen en is het nog hartje winter.
Beiden worden we zo geconfronteerd met ook de mindere kanten van het boerenleven. Zo vindt Mathijs werk bij een boer die, ondanks zijn grote liefde voor koeien, de frustratie en de druk die het boerenleven met zich mee kan brengen niet helemaal onder controle heeft. Ook ik kom oog in oog te staan met een werkomgeving die gekenmerkt wordt door frustratie. De overgang van het ouderwetse melken naar een robot gestuurde melkveehouderij is niet geheel vlekkeloos verlopen en al het personeel staat dan ook al maanden onder hoge druk. Dit leidt zo nu en dan tot confrontaties en oplopende spanningen. Ook ik blijk hier niet ongevoelig voor te zijn, zo betrap ik mezelf een aantal keer op negatieve gedachten die zichzelf ongecontroleerd voeden en zo tot een gevoel van stress en druk leiden. Dit is natuurlijk tegelijkertijd een enorm waardevol inzicht. Hier komt de mediatiebeoefening immers in aanraking met de realiteit dat het leven soms pijnlijk kan zijn. Hoe houdt de geest zich staande wanneer verschillende omstandigheden ongewenst zijn, verval ik in een negatieve spiraal of worden de negatieve emoties juist een katalysator voor nieuw inzicht? Zo leer ik dat ik duidelijker mijn grenzen moet aangeven, dat ik helder kan zijn over hoe ik me voel wanneer ik iets als onprettig ervaar en dat juist deze transparantie een enorme kracht is die anderen aanzet om ook open te zijn. Stress en frustratie wordt zo omgezet als wapen om anderen mee te omarmen in plaats van te bevechten. Ieder mens wil immers werken met collega’s die elkaar steunen, op een werkvloer waar openheid en eerlijkheid regeren en waar de sfeer goed is. Het uitgaan van het goede in elkaar is dan ook een voorwaarde om dit voor elkaar te krijgen. Veelal merk ik dat mijn oude gedachtenpatronen uitgingen van het negatieve in een ander en een gevoel van concurrentie of ik/zij genereren. Juist door te focussen op wat we gemeen hebben en in te zien dat een ander ook een mens is dat gelukkig wil zijn worden bruggen gebouwd in plaats van grenzen getrokken.
Soms is een situatie echter niet vanuit deze innerlijke wijze te veranderen maar dienen er structurele uiterlijke veranderingen plaats te vinden. Zo is meditatie/mindfulness een mooie manier om meer stressbestendig te worden maar geen excuus om werknemers met alsmaar meer werkdruk te belasten. Innerlijke groei en uiterlijke context dienen hand in hand te gaan. Juist door meer inzicht te krijgen in je gevoelswereld kun je beter aangeven waar je grenzen liggen en inzien dat verandering noodzakelijk is. Zo is de situatie waarin Mathijs is beland onhoudbaar en daarom neemt hij na een aantal weken afscheid van zijn baas. Gelukkig vindt hij snel werk in het werkveld waarin hij gespecialiseerd is en waar zijn hart echt naar uitgaat. Helaas is dit een luttele 300 kilometer van onze villa vandaan. Na een maandje samenwonen gaan onze wegen dan ook weer ieder een eigen richting op. Dit afscheid valt me zwaar, na mijn familie weer gezien te hebben, gereisd te hebben met vrienden en nu samen te wonen met mijn beste vriend voelt dit afscheid als een afsluiting van een periode waarin ik al deze geliefden weer heb mogen ervaren. Tegelijkertijd is het ook heel mooi om te ervaren hoe diep dit gevoel voor anderen zit.
Dan is daar nog een afscheid dat zwaar valt. Opa Jan, komt ongelukkig ter val en overlijd nog dezelfde dag. De afstand tussen mijn familie en mijzelf voelt op dit moment paradoxaal genoeg zowel lichtjaren ver weg als enorm dichtbij. Even een knuffel geven, wat geruststellende woorden of er gewoon zijn gaat niet wanneer je aan de andere kant van de planeet zit. Tegelijkertijd lukt het me wel om met woorden een bijdrage te leveren aan een mooi afscheid dat een familie in rouw juist dichter bij elkaar brengt. Graag zou ik mijn bijdrage met jullie delen:

De stille liefde

Lieve, lieve Opa. 25 jaar lang hebben we van elkaar mogen genieten. Graag wil ik met u delen wat u voor me betekend.

Een man van weinig woorden maar vol van liefde en trots. Door de jaren heen zag ik u ouder worden, ouder maar ook zachter. Het was voor u genoeg om er gewoon te zijn. Een stille aanschouwer van ons ontplooiende bestaan. Stil maar met ogen vol genot en een glimlach op uw gezicht. Soms waren daar bijzondere momenten samen; U een wijntje teveel op, plots werden we allen stevig geknuffeld en vertelde u hoeveel u van ons hield en hoe trots u was op alles wat we in onze jonge levens al bereikt hadden.
Die middag dat ik uw fotoboek uit Indonesië vond, het opende en met mezelf oog in oog leek te staan. Een jonge man die sprekend op me leek en het leven nog moest leren leven keer me vanaf de foto’s aan. Benieuwd was ik of u uzelf misschien ook in mij herkende. Die ene mooie wandeling samen naar de Molenstraat na een verjaardag op een zwoele zomeravond. ‘Denkt u nog vaak aan oma’, vroeg ik u. ‘Iedere dag Joris, iedere dag’. Voor mij een bevestiging dat achter die rust en het duimendraaien een enorme liefde schuilging.

Opa ik wil u zeggen dat ik trots op u ben. U heeft een mooi en rijk leven gehad. De mensen die u achterlaat zijn hier het bewijs van. Ook al bent u er niet meer, uw stilte, tevredenheid en liefde neem ik met me mee. Zo blijft u altijd bij mij en hoop ik u ooit aan mijn kleinkinderen en anderen door te geven.

Ik hou van u, uw kleinzoon,
Joris
Waar een hoofdstuk wordt afgesloten begint automatisch een nieuw verhaal. Waar het wonder van een nieuw leven wordt ervaren wordt automatisch een weg naar de dood ingezet. Het leven komt voort uit de leegte en naar de leegte zal je terugkeren. Leer de leegte te omarmen en ieder moment zal een wedergeboorte worden.
Ook hier in Australie ben ik in de laatste regels van een hoofdstuk beland. Een hoofdstuk gevuld met eindeloze weilanden, nieuwe vrienden en eindeloos veel koeienpoep. Snel zal dit alles achtergelaten worden en begin ik aan de langzame terugtocht huiswaarts, waar ik met Kerst zal aankomen. Maar niet voordat ik nog wat zeer waardevolle ontmoetingen en ervaringen zal opdoen in India & Nepal. Hier zal ik mijzelf laten overspoelen met woorden vol tijdloze wijsheden, mijzelf onderdompelen in stilte en tegelijkertijd baden in een rijkdom aan kleuren, geuren en geluiden. Dit alles zal plaatsvinden aan de randen van de Himalaya, in kloosters, pelgrimsoorden en temidden van uitgestrekte valleien.
Ik zal lezingen bijwonen van de Dalai Lama, Tenzin Palmo en Lama Thubten Zopa Rinpoche. Deze spirituele giganten vertegenwoordigen in mijn ogen allen wat ieder mens in zich heeft. De potentie om uit te groeien tot een volwaardig mens, dat niet alleen zichzelf begrijpt maar ook zijn/haar relatie tot al het andere, dat onvolwaardige compassie en wijsheid voortbrengt en dat anderen de weg kan wijzen om de golven van de geest te bedwingen en zo ook zelf deze vreugdevolle openheid van geest te belichamen. Dit is de boodschap van het Boeddhisme; hoe gewelddadig, eenzaam, depressief, vol angst en stress je je nu ook voelt, je hebt de mogelijkheid om dit alles te transformeren in rust, vrede, compassie, wijsheid en liefde.

Tot snel,
Joris

under: Geen categorie

81 dagen in retraite – Musangsa, Zuid-Korea

Posted by: | 19 maart 2019 Reageren uitgeschakeld |

Musangsa Internationaal Zen-Centrum Zuid-Korea

Na 81 dagen mediteren en in totaal 85 dagen van tempelleven zit ik nu plots onder de strakblauwe lucht van Melbourne, Australië. Na bijna drie maanden volgens een strikt schema geleefd te hebben is daar nu totale ‘vrijheid’, lang omgeven door niets dan rust en natuur en nu bruist het rumoerige stadsleven om me heen. Langzaam begint het ‘normale’ bestaan weer tot me door te dringen, maar ook al lijkt alles zoals vanouds aan de buitenkant, van binnen is er veel veranderd. ‘Hoe was het Joris?’ Hoe smaakt vla?! Ja precies, als je nog nooit vla op hebt kun je er boeken over vol schrijven maar op het moment dat je zelf vla proeft zal het nooit zo zijn als je van tevoren verwachtte. Dus ik stel voor dat iedereen die dit leest het vliegtuig naar Zuid-Korea pakt, dan praten we daarna verder…

Omdat deze hele ervaring niet te vangen is in woorden ga ik er nu een heel veel woorden aan wijden. Ondanks dat ik een dagboek heb bijgehouden spookt er op het moment van alles door mijn hoofd dat ik even lekker van me af ga schrijven. Dus alzovast excuses voor de lengte van dit verhaal haha.

Seung Sahn Internationaal Zen Centrum Musangsa
Met mijn backpack op de rug, rugzak op de borst en camera in de hand paradeer ik langzaam de bewoonde wereld uit. Op weg naar Musangsa, de tempel waar ik 81 dagen in retraite zal gaan. Het is een prachtige zonnige dag, vol energie loop ik stevig door. Dan doemt daar in de verte langzaam een tempelcomplex op aan de rand van een dicht bos. Daar waar de weg overgaat in een zandpad en het gebergte een natuurlijke halve maan vormt, ligt de tempel op de rug van een heuvel, uitkijkend over de gehele vallei. Ik word vriendelijk onthaald en blijk precies op tijd te zijn voor de lunch. Al snel leer ik dat dit een bijzondere plek is. Achter het gebergte dat de tempel omgeeft blijkt de belangrijkste basis van het Zuid-Koreaanse leger te liggen. Daarnaast blijken er in het bos vrijwel net zoveel sjamanen als bomen aanwezig te zijn. Een van de monniken legt me uit dat de sjamanen geloven dat deze berg een zeer krachtige energie heeft en daarom vanuit heel Zuid-Korea naar deze plaats afreizen om rituelen uit te voeren. Al snel ben ik getuige van een van hun rituelen, een luide schreeuw doorbreekt de stilte rondom te tempel. Sjamanen blijken het geregeld op een schreeuwen te zetten. Iets wat ik nog vaak mag ervaren, midden in de nacht, tijdens de meditatie of terwijl ik door het bos trek. Gekke jongens die sjamanen. Dus met al deze militairen, sjamanen en monniken op een hoopje is het in ieder geval een interessante plek.
Wat Musangsa uniek maakt is dat er door zowel monniken, nonnen en ‘normale’ mensen gemediteerd wordt. Iets wat in andere kloosters in Korea vaak nog ondenkbaar is. Daarnaast is het een zeer internationale groep mensen die hier zen beoefent. De zenmeester is een Amerikaan, de zenleraar een Koreaan, we hebben twee Chinese, een Japanse en een Russische non. Twee Poolse, een Duitse, een Amerikaanse, een Mexicaanse, een Russische, een Tsjechische en een Koreaanse monnik. Deze groep is zo internationaal omdat de zenmeester die dit klooster heeft opgericht de gehele wereld over trok om zencentra op te richten en als een van de eerste succesvolle leraren het Koreaanse Boeddhisme met de wereld wist te delen. Het Koreaanse zen boeddhisme, dat eigenlijk geen zen maar Son heet, wordt al 1700 jaar beoefend in Korea. De naam zen komt uit Japan en omdat de Japanners als eerste succesvolle centra wisten te openen in het Westen hebben we het nu allemaal over lekker zen zijn in plaats van lekker Son zijn. Maar om de geschiedenisles compleet te maken, zen of Son komt eigenlijk uit China waar het Chan heet. Een man genaamd Bodhidharma trok van India naar China om het Boeddhisme te verspreiden, eenmaal aangekomen realiseerde hij zich dat de mensen nog niet klaar waren voor zijn boodschap. Vervolgens zat hij negen jaar in meditatie tegenover een muur, na negen jaar was de tijd rijp en zo ontstond Chan/Son/Zen. Dus dat drie maanden naar de vloer kijken van mij valt nog wel mee haha.
Langzaam verken ik het tempelcomplex. Dan kom ik in de theeruimte een mok tegen die meteen mijn aandacht trekt. Zen.nl prijkt er op het witte gesteente, ha die is van mij! Ik eigen mezelf de mok toe om de komende maanden mijn theekransjes mee uit te voeren. Mooi om meteen in verbinding te staan met de mensen van zen.nl die voor mij naar deze tempel kwamen en waardoor ik hier ook beland ben. Vervolgens word ik verrast door een volgende ontdekking. Er blijkt een bankdrukbank met allerlei gewichten en een springtouw op de mannenverdieping te staan. Als ik ergens aan gehecht ben dan is het wel aan mijn lichaam. De angst om alle conditie en kracht uit dit jonge lichaam te verliezen spookte al een tijdje door mijn hoofd. Met deze ontdekking ebt ook dit denkwerk weg en alles lijkt dan ook te wijzen op een ideale situatie om de komende tijd in retraite te gaan.
In Zuid-Koreaanse tempels wordt er twee keer per jaar 90 dagen gemediteerd, dit noemen ze hier geen retraite maar een Kyol Che. Dit betekent ook wel ‘Tight Dharma’, wat letterlijk vertaald iets als Strakke Leer betekent. In Korea heeft men een gezegde, ‘Er zijn drie soorten gevangenissen, de werkelijke gevangenis, het leger en Kyol Che’. Waarschijnlijk ga je niet vrijwillig de gevangenis in en de meeste mannen in Korea kiezen niet voor het leger maar volgen daar hun dienstplicht. Ik heb dus voor de enige vrijwillige vorm van gevangenschap gekozen, Kyol Che.

Het tempelleven
Daar gaan we dan. Met twee benen vlieg ik vol gestrekt het meditatiekussen op, klaar om me de komende maanden in volledige stilte te wanen en de donkere hoekjes van mijn geest te belichten. Vanaf het moment dat ik mijn grijze tempeloutfit aan heb en ik de eerste mediatieblokjes mee mag draaien voelt alles meteen vertrouwd aan. Geen heftige emoties of gevoelens, geen twijfel waarom ik dit nu eigenlijk doe en of ik het wel aankan. Daar zit ik dan. In deze all-inclusive tempel hoef ik nergens over na te denken. Alles is volgens een strak schema geregeld. Het entertainment team bestaat voornamelijk uit de vloer waar ik mijn blik op laat rusten.
Daarnaast beginnen we iedere dag met 108 buigingen, een getal dat een betekenis heeft in het Boeddhisme. Dit zijn niet zomaar even 108 buigingen waarbij je je bovenlichaam voorover buigt. Nee, vol met de knieën op het kussen, dan de ellebogen ernaast, je handen naast je hoofd en dan weer helemaal omhoogkomen met je handen voor het hart. Nou ik kan je vertellen, dat is lekker zweten zo om half vijf in de ochtend. Vergeet de koffie s’ochtends, ga lekker 108 buigingen doen, daar wordt je pas wakker van. Rustig op het gemakje buigen is er ook niet bij, we dienen met zijn allen tegelijkertijd omhoog en omlaag te gaan. De monniken die dit al jaren doen hebben er ook lekker de vaart in, waardoor iedere nieuwkomer de eerste week hijgend en puffend omhoog en omlaag vliegt. Misschien denk je, Jezus al dat buigen waar is dat nou weer goed voor. Voor mij voelt het een beetje vergelijkbaar met sporten, als je lekker in beweging bent dan heb je helemaal geen tijd om na te denken. Zo begin ik iedere ochtend met een krullenbol vol gedachten en na het buigen voel ik me heerlijk helder en leeg. Klaar om het volgende programma onderdeel in te gaan, zingen.
Om ervoor te zorgen dat we niet helemaal vergeten hoe we onze stem gebruiken wordt er iedere ochtend en avond gechant, ofwel een soort van gezongen. Uit volle borst worden de boeddhistische liederen de keelgaten uitgeperst. In het Koreaans natuurlijk, nou is mijn Koreaans niet heel sterk dus gelukkig zijn er boekjes beschikbaar waarin de teksten te vinden zijn. Na een weekje meegedraaid te hebben is dit chanten een van de hoogtepunten van het tempelleven voor me. Iedere muziekliefhebber weet dat wanneer je zelf onderdeel bent van het orkest of de band dat de muziek dan pas echt gaat leven. Na een week mediteren en chanten zijn alle kelen zo op elkaar afgestemd dat er een prachtige symfonie ontstaat, na iedere chant sessie lijkt mijn lichaam dan ook wel uit elkaar te springen van energie. Geen top2000 dit jaar maar wel zo’n 6000 top minuten aan chanten. Met chanten kan je ook niet even na gaan denken over je eerste liefde, het ontbijt wat daarna volgt of alle plannen die je hebt wanneer je de tempel gaat verlaten. Een halve seconde aan gedachten en je begint hele andere dingen te zingen dan de rest. Voor je het weet sta je daar met een rode bol, stamelend in het boekje te staren, op zoek naar de juiste regel. Gelukkig zingt de rest rustig door en leer je zo snel om zo gefocust mogelijk op te gaan in het geheel. Na het chanten nemen we rustig plaats op het kussen om te mediteren, dan volgt het ontbijt.
Als je dacht even rustig je boterham met kaas weg te kauwen terwijl je je krant leest dan ben je hier aan het verkeerde adres. Twee keer per dag is er een formele maaltijd, het ontbijt en de lunch. Alles hier is zo ingericht dat je wederom met volle aandacht en in harmonie met de rest bent. Iedereen zit dan ook in vol ornaat, met gerechte rug in de aanslag voor het ontbijt. Dan gaat daar de klapper die het ontbijt inluidt, een buiging en dan begint iedereen zijn of haar ontbijtkommen uit te pakken. Je legt een kleedje voor je weg, daarop plaats je vier kommen in specifieke volgorde. Kom 1 is alleen voor rijst, kom 2 voor soep en havermout, kom 3 voor groenten en kom 4 voor water om je kommen straks weer mee schoon te maken. Vervolgens plaats je je stokjes en een lepel in de juiste kom. Dan wordt er water rondgebracht wat je in kom 1 giet, om het vervolgens in kom 2, kom 3 en kom 4 te gieten. Al het water zit nu in kom 4 en je kommetjes zijn lekker gewassen. Laat ik maar geen volledige IKEA-handleiding uitschrijven voor de gehele formele maaltijd. Het is hopelijk duidelijk dat de formele maaltijd aardig wat precieze handelingen vereist. De eerste week was ik meer bezig met het vinden van de juiste vorm dan met eten. Dan weer de stokjes in de verkeerde kom, ow water op de vloer, shit te veel eten opgeschept en nu schrokken, ah groenten in de verkeerde kom. Alles wat fout kan gaan is wel een keer fout gegaan haha. Gelukkig zat ik recht tegenover de hoofd monnik die alles met zoveel rust uitvoerde dat het wel leek alsof hij als baby als zijn eigen kommen op deze manier wegzette. Maar podverdorie, wat een voedsel. Ik was al gewaarschuwd dat het voedsel erg goed zou zijn. Het mooie is dat hoe langer je naar de vloer staart hoe lekkerder het eten wordt. Door al dat mediteren wordt je aandacht zo scherp dat alles wat je met je zintuigen ervaart meer kleur lijkt te hebben. Zo smaakt het eten beter, voelt wandelen aan als zweven en zijn zelfs afwassen en strijken heerlijke bezigheden.
Over afwassen en strijken gesproken. Na het ontbijt begint de werkperiode van een uur. Iedere dag wordt het gehele tempelcomplex schoongemaakt. Met 30 à 40 mensen een uurtje werken zorgt ervoor dat het stof amper de tijd heeft om te landen. Zo was ik gedurende drie maanden af en word ik ook gepromoveerd tot vuilnisman-master. Geen afwasmachine die een stel fanatiek mediterende kan verslaan. Iedere avond sta ik daar, met twee man/vrouw aan mijn zijde. De eerste bak is het volledig poetsen, de tweede bak zeep afwassen en checken of stap een goed gegaan is en stap drie is alles even naspoelen. Met zijn drieën schouder aan schouder veranderen we na een weekje samen afwassen in een afwasmachine. Het ongetrainde oog denkt misschien dat hier onder zware stress gepresteerd wordt maar niets is minder waar. Met snelheden van 15 borden per minuut vliegt het porselein binnen een kwartiertje door de vaat heen. Na een minuutje schrobben sop je zo lekker de poetsflow in om er na 15 minuten weer uit te komen. Zo veranderd ook afwassen in een heerlijke bezigheid. De eerste twee weken mag ik met de harkploeg mee naar buiten om het blad aan te harken. Ook in Zuid-Korea blijkt het herfst te zijn en blijken de bladeren in grote getale naar beneden te dwarrelen. Heerlijk actief in de frisse berglucht die riekt naar natte bladeren en dennennaalden. Dan, halverwege het harken, begint de zon haar gloed over de uitgestrekte vallei beneden ons te werpen. Eerst kleurt de gehele lucht zo rood als bloed, totdat iedere denkbare roodtint langzaam overgaat in geel en de zon als een gloeiende bol boven de bergkam uitkomt. Zo word ik iedere ochtend opnieuw verrast door de schoonheid van de natuur, overal om me heen lijkt leven te zijn en iedere dag voelt het ietsje meer alsof ik niet leef maar ik het leven ben. Naast afwassen is dus ook bladharken een van de mooiste baantjes die je maar kan hebben. Het gaat er hier niet om wat je doet maar hoe en waarom je het doet. Iedereen draagt op deze manier bij aan het samenleven in deze tempel en iedereen respecteert wat de ander doet. Je wast dan ook niet af voor jezelf, je doet het voor alle anderen die hun werk ook aan jou opdragen. Daarnaast doe je wat je moet doen met een zo groot mogelijke aandacht. Of je nu de plee met een tandenborstel schoonmaakt, de groenten snijdt of de vloer dweilt. Alles is een oefening in het trainen van je aandacht en bewustzijn. Op de een of andere manier verdwijnt zo ieder spoor van wat ik fijn en niet fijn vind. Het maakt me niet meer uit wat voor werk ik doe, er is geen oordeel fijn/niet fijn of leuk/niet leuk. Het gaat niet om wat, maar om waarom en hoe. Deze les mag wat mij betreft per direct door alles en iedereen in de Nederlandse samenleving overgenomen worden. Weg met dat hoog en laagopgeleid, praktisch of theoretisch werk, iedereen draagt zijn of haar steentje bij aan de samenleving en ieder persoon verdient dan ook respect voor datgene wat hij of zij uitvoert.

Het hoofdprogramma onderdeel – Zitten
Het volgende stuk(je) tekst floepte er een beetje uit. Hier krijgt u een kijkje in de krullenbol van de heer van Bakel. Vol maatschappelijke kritische voetnoten, gedachtenspinsels en ideeën die zo nu en dan de kop opsteken. Niet gevreesd, de helft van wat ik opschrijf vind ik naderhand zelf onzin. Dus lees het lekker luchtig. Vanaf hier is het immers helemaal uit de hand geëscaleerd, net zoals deze zin…

Na al dat gewerk, is het hoog tijd voor een potje stilzitten, ofwel mediteren. Het gros van de dag bestaat uit mediteren. Hiermee verschilt het tempelleven eigenlijk niet zoveel van het ‘normale’ werkleven. Ik zit acht uur per dag op een meditatiekussen en vele Nederlanders zitten acht uur per dag op een bureaustoel. Iedere 40 minuten is er loopmeditatie om de benen even te strekken, iets wat ik iedere bureaustoelzitter ook aanraad. Waar is al dat zitten nou goed voor denkt u misschien. Eigenlijk is het heel simpel. Ik ben hier om te leren zitten, niet dat ik niet begrijp hoe ik mijn botox (bedoel je buttocks?) op een vlakke ondergrond kan plaatsen en daarbij in een stabiele positie terecht kom, ook wel zitten genaamd. Nee, fysiek zitten is niet zo lastig. Echter, 100% zitten, met heel je hebben en houden, met volledige aandacht hier en nu, dat is iets wat vrijwel niemand zomaar doet. Zodra je plaatsneemt op het meditatie kussen kom je er vrij snel achter dat er een enorm samenkomen van stemmetjes is, daar in die krullenbol. Als alles wat daar besproken en overdacht wordt hardop uitgesproken zou worden was ik, en waarschijnlijk iedereen die dit zou doen, al lang afgevoerd naar de gesloten inrichting. Deze ongetrainde geest wordt ook wel de ‘monkey mind’ genoemd. Continue is de geest op zoek naar iets om mee bezig te zijn, een referentiepunt om de aandacht op te richten. Daar zit ik dan, van buiten lijkt het alsof iedereen hier zit als een berg, onbeweegbaar. Maar, van binnen worden veldslagen gevochten met alle verlangens, gedachten en ideeën die opkomen en ervoor zorgen dat de geest niet helder, leeg en kalm is. Daar stilzittend komen al je verlangens, projecties, mooie en pijnlijke herinneringen aan de oppervlakte van de geest. Je kunt nog zoveel boeken lezen, kennis hebben over hoe de fysieke wereld is opgebouwd en je verdiepen in de politiek of het nieuws. Daar in de stilte word je geconfronteerd met jezelf en dat levert, in mijn beleving, meer op dan ieder boek dat ik ooit gelezen heb. In het dagelijks leven zijn we niet gewend om iedere dag even een moment van stilte voor onszelf te nemen. Even een moment zonder telefoon, boek of persoon om ons af te leiden. Alleen maar jezelf en je gevoelens, gedachten en emoties. Opschrijven wat we voelen, stil staan bij wat we vandaag gedaan hebben en hoe dat voelt of gewoon stil zijn en zien wat er daarbinnen allemaal afspeelt. Iedere marathon renner weet dat er een aantal ingrediënten nodig zijn om een marathon te kunnen rennen zoals trainen, het juiste voedsel, maar het aller belangrijkste is goed rust nemen. Nu onze samenleving ook een soort marathon lopen geworden is, waarin we van de ene borrel naar de andere afspraak rennen, want druk zijn is hip, lijken we te vergeten dat we alleen van iets kunnen genieten als we ook goed kunnen rusten en stil kunnen zijn. Wie denkt de marathon te kunnen blijven rennen zonder rust komt bedrogen uit en verzwikt zo de geestelijke enkel. Zo ervaren we met onze geest alles wat we in ons leven tegenkomen. De kwaliteit of de staat van onze geest bepaald dan ook hoe plezierig of onplezierig we iets ervaren, niet dat wat we ervaren zelf.
Hoe zit dat dan met die geest? Iedere zondag is er een Dharma talk in de tempel, ofwel een lezing van de Zen-Meester. Sinds mensen kunnen praten wordt wijsheid en kennis overgedragen via verhalen. Vroeger zaten we rond het kampvuur, wat later rond de open haard en nu hebben we insta & facebook stories. Zo wordt in de Zen ook veel ‘wijsheid’ overgedragen door middel van verhalen. Een van de eerste verhalen die ik hier hoorde staat me nog steeds helder voor de geest door de helderheid van de boodschap. Dus hier een zen verhaaltje over de geest:

‘Lang, lang geleden was er een handelsroute tussen twee steden. Over deze handelsroute reisden vele handelaren die zich van de ene naar de andere stad verplaatsten om zich daar te vestigen. Op een dag besloot een man om van de ene naar de andere stad te reizen. Na een lange dag reizen nadert hij de stad, hij besluit om te rusten in een klein dorpje zodat hij de volgende dag fris in de stad kan aankomen. Hier ontmoet hij een oude vrouw. Hij vraagt of de vrouw hier al lang woont en of zij de stad waar hij naartoe reist goed kent. De vrouw antwoord dat ze al heel haar leven hier woont en de stad op haar duimpje kent. De man besluit haar te vragen wat voor stad het is en hoe de mensen daar zijn. De vrouw kijkt de man een tijdje aan en vraagt dan, hoe zijn de mensen in de stad waar je vandaan komt? Meteen begint de man te zuchten, het is verschrikkelijk daar, iedereen maakt ruzie, niemand is eerlijk en overal waar ik kwam voelde ik me bedreigd, ik ben blij dat ik daar weg ben. Kijk maar uit dan, zegt de vrouw, deze stad is net zo. Gewaarschuwd trekt de man de volgende dag naar de stad.
Vervolgens komt er een andere man aan in het dorpje van de vrouw. Ook hij trekt van de ene naar de andere stad en besluit de vrouw te vragen hoe het daar is. De vrouw vraagt ook hem hoe het leven in zijn geboortestad was. Het is geweldig daar zegt de man, ik had vele vrienden, de handel ging goed en overal waar ik kwam werd ik vriendelijk begroet. Glimlachend zegt de vrouw, hier is het net zo, de mensen in deze stad zijn net zo vriendelijk en openhartig. Vol goede moed trekt de man door naar de stad.
Een buurjongen van de oude vrouw, die beide gesprekken heeft gehoord, komt naar haar toe en vraagt waarom ze de twee reizigers totaal ander advies heeft gegeven. Ze kijkt de jongen serieus aan en zegt, ik heb ze precies hetzelfde verteld. De buurjongen blijft met vragende ogen achter.’

Dus. Begrijp je waarom de vrouw de mannen ieder hetzelfde advies gaf? Heb je een geest vol rust en vriendelijkheid dan kun je in de meest drukke plaats nog rust vinden. Is je geest echter continue afgeleid en vol onrust dan zul je op de meest verlaten bergtop nog geen rust vinden. Zo is de geest de bril waarmee je naar de wereld kijkt, begrijp je wat voor kleur de glazen van je bril zijn dan begrijp je dat wat je waarneemt vaak meer zegt over jezelf dan over de wereld. Ofwel, ervaar je veel situaties als stressvol dan is het niet de wereld die stressvol is maar het is je eigen geest die deze ervaringen stressvol maakt. Stilzitten temt deze onrustige geest en doet je inzien welke kleur je glazen hebben. Zo word je een kalmer, tevredener en vriendelijker mens voor jezelf en voor anderen. Dit is ook enorm bevrijdend in mijn ogen, want ik heb zelf de mogelijkheid om de geest te trainen en te veranderen. Ik ben dus niet gewoon snel geïrriteerd of mag die collega gewoon niet. Nee, ik kan de geest rustiger maken en zo de irritatie onder ogen zien waardoor deze vanzelf langzaam verdwijnt en zo ook die collega beter leren kennen en misschien zelfs vrienden worden met hem of haar.
Daarnaast valt me op dat hoe meer ik naar binnen kijk hoe meer ik naar buiten kan kijken. Of misschien anders gezegd, hoe meer ik naar binnen kijk, hoe meer het verschil binnen/buiten verdwijnt. Soms hoor ik mensen zeggen; als iedereen aan zichzelf denkt dan wordt er aan iedereen gedacht. Interessant idee, vertel dit maar eens tegen een baby die honger heeft, een oma met een volle luier of je partner. Het idee dat we volledig onafhankelijk zijn wordt nogal uitgedaagd op het meditatie kussen. Hoe langer je onverstoorbaar je aandacht op een enkel punt in jezelf kunt richten des te meer ruimte er lijkt te ontstaan in de wereld om je heen. Langzaam begint de wereld onderdeel van jezelf te worden, of jij onderdeel van de wereld en verdwijnt het harde onderscheid tussen ik en de rest. Weg met de concurrentie, het egoïsme en de zelfobsessie. Overal blijken ineens anderen te zijn, mensen die ook gelukkig proberen te zijn, ook pijn hebben of juist hun vreugde willen delen. Of eigenlijk ook geen anderen maar, niet een en niet twee. Als ik iets heb geleerd tijdens dit retraite dan is het de onvoorstelbare diepte van rust, verbinding en openheid die achter de fluctuaties van de geest liggen. Daar tegenover is me meer dan duidelijk geworden hoe zelf-obsessief de gedachten en emoties kunnen zijn die net onder de oppervlakte liggen van het alledaagse denken en voelen. Waar ik al een tijdje het gevoel had dat ik wel een vrolijke aardige jongeman was, werd ik plotseling overrompeld door een tsunami aan gedachten en emoties die allesbehalve vrolijk en aardig waren. Daar in de diepere lagen van het bewustzijn loeren de onbewuste verlangens en gedachtenpatronen die, wanneer onontdekt, iedere beweging van de psyche lijken te sturen. Zolang deze onontdekt blijven is daar de illusie van een vrije wil die beslissingen lijkt te maken op basis van wat ik wil of denk te willen. Deze ik blijkt alleen volledig gestuurd te worden door verlangens, volledig gecontroleerd, zo gaat het leven als een droom voorbij zonder dat we het door hebben. Maar deze ik die van alles wil, die geluk wil, die verbinding wil, die seks wil, die geld wil, die zekerheid wil, die een relatie wil, geen eenzaamheid, geen pijn en nog zoveel meer. Wat is die ik dan precies, dat is waar zen en meditatie voor mij over gaan, over de kern.
De spreekwoordelijke steen wordt continue de berg opgerold, de ladder continue beklommen en er is altijd een volgende droom om na te jagen. Dit project, dat ook wel het menselijke bestaan wordt genoemd is altijd bezig met het volgende, aldus zo ervaar ik het. Een bepaalde onrust, of ontevredenheid die altijd op de achtergrond aanwezig is, als een splinter in de ziel. Wanneer ik me verdoof met amusement, alcohol, andere middelen of een eindeloze stapel aan boeken wordt deze ontevredenheid tijdelijk gemaskeerd met de continue bezigheid. Zo ging ik van basisschool naar universiteit, continue meerijdend over de rails die door anderen is ontworpen, want de trein rijdt alleen als iedereen ingestapt is. Wanneer we met zijn allen drinken, vrijen en dezelfde ideeën hebben worden deze dingen automatisch de norm. Waar een norm is, of wel datgene dat normaal is, is iets wat we niet hoeven te bevragen. Waarom gaat iedereen naar school, dan werken, krijgt een gezin, kleinkinderen en wordt dan het graf in gedragen. Is dat wat het is om mens te zijn. Of is er een diepere laag te vinden, is er meer dan de bevrediging van de lichamelijke verlangens. Want eerlijk is eerlijk, nooit zal ik me volledig bevredigd voelen door eten, geld, slaap, seks en aandacht. Altijd is er een behoefte aan meer van ditzelfde, nooit zal het genoeg zijn. Er komt nooit een moment dat je voelt, nu nog een keer één biertje en dan voel ik me daarna voor altijd bevredigd. Het is een eindeloze strijd. En dat niet alleen; het is een strijd waarbij je alleen aan je eigen lichamelijke behoeftes denkt en de rest van de wereld naar jouw pijpen mag dansen om deze te bevredigen. Zo zit ik hier op het kussen, mezelf realiserend dat ik niet alleen dit lichaam ben, er is iets dieper, iets wat vanuit het binnenste van de leegte zo af en toe laat weten dat er een heel universum onontdekt is.
Voorbijgaand aan de roerselen van het lichaam, de jeuk, de pijn in de knieën en rug reis ik langzaam af naar de opeengestapelde lagen van de geest. Als de lagen van een ui liggen deze om elkaar heen gewikkeld. Met iedere laag die de eindeloos toenemende aandacht afpelt ontstaat er meer inzicht in dat wat deze ik lijkt te sturen. Voor mij betekent dat, dat ik oog in oog kom te staan met de voor mij enorm sterke verlangens naar aandacht en intimiteit. Wekenlang spookt er door mijn hoofd hoe ik alle wijsheid, verhalen en inzichten die op het kussen in een continue stroom omhoog lijken te komen kan vertalen in mooie verhalen en lessen wanneer ik het klooster uit kom. Daar zittend, met nog zeker twee maanden te gaan ben ik dus al bezig met de periode na het klooster, met hoe ik aan anderen kan vertellen hoe mooi het allemaal wel niet was. Maar hoe oprecht is dit, is het ook niet een gemaskeerde vorm van een schreeuw om aandacht. Om gewaardeerd te worden, uniek te zijn en in de belangstelling te staan. Dit zijn zeker dingen die deze ik graag wil. Tegelijkertijd is daar een stem uit die diepte die niets liever wil dan er voor anderen zijn, te delen zodat zij ook die rust kunnen vinden die ik hier vind. Alsof er twee wolven in strijd zijn, de eeuwige strijd tussen goed en kwaad, de duivel en god, egoïsme en compassie. In deze dualiteit bevindt zich de basis van vele religies. In mijn ogen zijn de hemel en hel geen fysieke plaatsen maar een staat van zijn, ofwel een geestestoestand. Een depressief persoon bevindt zich in een hel, een hel waarin hij of zij getergd wordt door een geest die alles in het licht van de donkerte ziet. De hemel daarentegen is een geestestoestand waarin alles vredig, vreugdevol en licht voelt. Iedereen voelt zich wel eens chagrijnig en wat er dan ook om je heen gebeurt, alles is even minder prettig. Terwijl, als we onszelf top voelen, lijkt alles mee te zitten en mooi te zijn. Zo dobberen we mee met de fluctuaties van de geest, volledig afhankelijk van de emoties en gedachten die deze domineren.
Maar waar de geestelijke oceaan langzaam verkend wordt, blijkt onder de oppervlakte, waar altijd wel golven zullen zijn, een diepte te zijn waar het water vrijwel onbeweeglijk is. Waar we vanuit de diepte naar boven kunnen turen en kunnen zien dat de golven maar kleine fluctuaties zijn in vergelijking met de eindeloze diepte van de oceaan. Hoe dieper we leren ademen vanuit onze buik, door ons middenrif te gebruiken, des te dieper we de oceaan in duiken. Als een vers geboren baby, waarvan de buik natuurlijk en ritmisch op en neer beweegt. Negen maanden lang was de navel het centrum van ons bestaan, ons zwaartepunt, waardoor we alles wat we nodig hadden ontvingen. Dan, eenmaal geboren, beginnen we langzaam naar de tocht omhoog, vanuit de buik naar het hoofd. Lachend om een professor die met gebogen hoofd over de campus strompelt, zacht mompelend. Niet door hebbend dat ook wij volledig vanuit ons hoofd leven. Zo zit ik hier op het kussen en voel ik langzaam mijn aandacht zakkend naar het zwaartepunt van het lichaam, rond de navel. Zo ontstaat er een overzicht naar alle gedachten die zich in het hoofd afspelen en alle emoties die zich rond het hart bevinden. Alsof je van een afstand kijkt naar een ander, plots is er een moment van rust tussen een gedachte/emotie en je handeling. Zo neem ik langzaam afstand van de gedachtenpatronen die over de jaren in de grijze kwab daarboven zijn gesleten. Waarnemend dat als ik de gedachtenstromen volg ik me vooral laat lijden door verlangens om aandacht, intimiteit en erkenning. Dat voelt als een enorme opluchting, er gaat een golf van verlichting door me heen. De wolven zijn nog steeds daar, strijdend om gevoederd te worden met aandacht, maar zonder gevoederd te worden, worden het al snel tamme hondjes die rustig gaan liggen.
Terwijl de dagen voorbijgaan, wordt er zo iedere dag iets meer rust gevonden, een rust die er eigenlijk altijd al was, maar die gemaskeerd werd door alle identificatie met alles wat zich in de geest afspeelt. Zoals met bijna ieder probleem is de oplossing te vinden in het probleem zelf. Zo is een geest vol onrust en stress voor veel mensen een reden om te gaan zoeken naar rust. De oplossing bevindt zich dan ook in de geest zelf. Volledig zitten, met 100% aandacht, simpelweg kijkend naar wat er voorbijkomt is voor mij dan ook een godsgeschenk. Waar de geest langzaam relaxed, vind ik een bepaalde stabiliteit, deze stabiliteit en relaxtheid maken vervolgens ruimte om tot helderheid te komen. Helderheid brengt op haar beurt vele inzichten.
Deze inzichten laten zien hoe ik gestuurd word door de vele verlangens en gedachtenpatronen. Zo leer ik ‘mezelf’ kennen en inzien hoe hard ik voor mezelf kan zijn. Er ontstaat een bepaalde zachtheid en acceptatie van binnen en daarmee ook naar alle anderen toe. Iedereen wordt immers getergd door dat wat ik hier ervaar en voel, natuurlijk iedereen op zijn of haar manier. Maar in plaats van de verschillen tussen mezelf en anderen te belichten komt er steeds meer zicht op de overeenkomsten. De obsessie met uiterlijkheden, kleuren en identiteiten voelt dan ook aan als een volkomen oppervlakkige manier van leven. Rot op met de status, de discriminatie en het oordelen. Zo merk ik op dat ik zelfs hier in het klooster, nog negatieve vooroordelen heb over anderen. Continu word ik verrast door de prachtige verhalen van anderen, ondanks dat ik stiekem al een oordeel over ze geveld had. Dan, wanneer ik iemand op een dieper niveau leer kennen, simpelweg door samen stil te zijn of een gesprek aan te gaan worden alle oordelen overboord gegooid. Niemand, maar dan ook niemand kan beoordeeld worden op basis van de buitenkant. Waar ik over een ander oordeel, oordeel ik eigenlijk over mezelf. De ander geen blik of aandacht waardig gunnen, is mezelf op een bepaalde manier verachten of negeren. Niets is pijnlijker dan het gevoel te hebben dat anderen je bestaan niet erkennen.
Slenterend door de straten van Seoul na het retraite waan ik mij plots in een wereld waar iedereen connected is maar waar niemand contact wil maken. Waar een Whatsapp bericht direct beantwoord wordt maar een roep om hulp of wisselgeld genegeerd wordt. Natuurlijk is de wereld niet zo zwart/wit als ik die nu schets. Wel bevraag ik hier wat steeds normaler wordt. Studies tonen aan dat hoe meer tijd je op social media besteed des te somberder je waarschijnlijk bent. Hoe relaties lijden onder telefoongebruik. In mijn ogen gebruik ik zelf mijn telefoon vaak omdat ik een sterk verlangen heb naar aandacht, gezien te worden en erkenning te krijgen. Apps, webpagina’s en onze telefoons zijn dan ook zo ontworpen om deze verlangens aan te wakkeren, een nieuwe like geeft direct dopamine af in onze grijze brij. Waar ik me onbewust ben van deze verlangens zal ik me waarschijnlijk volledig laten leiden door de technologie en zo langzaam mijn menselijkheid weggeven. Daarnaast neemt deze technologie ook datgene weg wat in mijn beleving gelijkstaat aan geluk, aandacht. Hoe meer aandacht ik heb, des te meer ik mijzelf verbonden voel met de wereld, des te intenser ervaringen zijn en des te mooier de geestestoestand. De technologie zelve is hier natuurlijk niet het probleem, social media en het internet hebben immers deuren geopend die tientallen jaren geleden nog ondenkbaar waren. Ik kan, hier onder de strakblauwe lucht van Melbourne, met een druk op de knop mijn geliefden zien en spreken. Deze verbinding is prachtig in mijn ogen. Maar net zoals een kernbom gebruikt kan worden om een meteoriet te vernietigen die al het leven op aarde bedreigt, zo kan deze ook gebruikt worden om anderen te bedreigen en dood en verderf te zaaien. Voor mij zijn intentie en de manier waarop iets gebruikt worden dan ook bepalend. Ben je baas over je eigen telefoongebruik of is de telefoon baas over jou?
Zitten we bijvoorbeeld in een café met een vriendin en gaat deze naar het toilet dan bewegen vele handen automatisch naar dat kleine kasje dat meer rekenkracht heeft dan de eerste satellieten die de ruimte in werden gelanceerd. Maar naast rekenkracht wordt zo onze aandacht verkracht. Hier is prachtig duidelijk hoe een onbewuste handeling voortkomt uit gewoonte, misschien zelfs wel de angst om even niks te doen. Want waar felle mooie kleurtjes, pop-ups en geluidjes een haast onweerstaanbare aantrekkingskracht op ons hebben, worden tegelijkertijd patronen in onze bol gevormd die continue prikkels nodig hebben. Zo is in honderd jaar van continu toenemende welvaart het gemiddeld geluksgevoel van de Nederlander amper toegenomen. Werkend op het land, maar een keer per week vlees en geen budget voor welvaartsgoederen of een ongekende hoeveelheid vrije tijd, technologische middelen die alles gemakkelijker maken en de beschikbaarheid van alle kennis en middelen die we ons maar kunnen voorstellen hebben dus niet meer geluk gebracht. Daarentegen, ongelimiteerde keuze geeft vaak meer stress dan bevrediging. Er is immers altijd een beter product, of zelfs partner binnen swipe afstand. Hier in het klooster is geen keuzevrijheid. Alles is geregeld volgens een strak schema. Maar toch is hier voor mijn gevoel beter te zien hoe iemand werkelijk is. Want wanneer je iemand vele keren zijn kom ziet schoonmaken, duizenden keren ziet buigen en honderden uren naast elkaar op het kussen zit weet je precies wanneer hij of zij zich goed of slecht voelt. Je neemt waar dat sommige personen alles op een krachtige/liefdevolle/serieuze/relaxte manier doen, dag in dag uit. Net zoals je een collega, beter kunt leren kennen door waar te nemen hoe hij/zij over de jaren heen het werk uitvoert dan door samen te praten. Zodra de monden geopend worden, komen meningen en ideeën naar buiten die mogelijk ontstaan zijn door de laatste trends, door iets wat we gelezen hebben of in de hoop gemogen te worden door de persoon tegenover ons. Hoeveel van wat we zeggen is echt wat we diep van binnen voelen en denken? Als ik mijn eigen geest observeer dan zie ik dat ik een vat vol tegenstellingen ben. De ene dag kan ik een totaal ander idee over iets hebben dan de andere dag. Ook dat wat we doen, zoals bijvoorbeeld op reis gaan is mogelijk meer gestuurd door de sociale normen en waarden die gelden dan door wat we diep van binnen zijn. Wat ik denk is dan ook niet wie ik werkelijk ben, maar wat ik werkelijk ben is niet te verwoorden dus val ik toch terug op woorden. Zo typ ik hier een heel verhaal, wetend dat deze woorden niet zijn wie ik ben maar dat ze wel een bepaalde richting of intentie in zich dragen die kunnen bijdragen aan het begrijpen van wat ik ben.
Stilzittend naast mijn meditatie-buurjongens leer ik ze zo langzaam op een steeds dieper niveau kennen en daardoor ook mijzelf beter begrijpen. Ik neem waar wanneer ze pijn hebben, zich goed voelen of afgeleid zijn. De manier waarop ze ademhalen, zitten en bewegen verteld me na een tijdje zoveel meer dan ze ooit mondeling hadden kunnen overdragen. Communicatie tussen mensen is dan ook 85% non-verbaal. Iets wat ieder stel waarschijnlijk merkt zodra ze voor het eerst ruzie hebben via Whatsapp. Nooit helemaal kunnen aanvoelen en waarnemen hoe de ander zich nou echt voelt en daarmee van een mug al snel een olifant maken. Zo is de kwaliteit van onze relaties in mijn ogen grotendeels afhankelijk van de mate waarin we de ander kunnen aanvoelen. Hoe meer ik met mezelf bezig ben, des te minder ik voel wat de ander voelt en wil. Zodra de aandacht dan ook van deze ik verschuift naar de ander ontstaat er iets moois, echte verbinding. Niet alleen in relaties maar bijvoorbeeld ook op een concert, compleet betoverd door de muziek, kippenvel over het hele lichaam, een moment van pure extase. Even was er geen onderscheid tussen mijzelf en de muziek, een moment zonder besef van tijd en gedachten. Een flow-state waarin alles vanzelf lijkt te gaan, waarin geen ik en zij zijn, maar waarin er enkel pure actie is. Zo worden we hier getraind met slogans als ‘Just do it’. Tja, nu denk je misschien, kunnen die zen monniken niet zelf een slogan bedenken in plaats van Nike’s slogan te gebruiken. Niets is minder waar. Zen meester Seuhn Sahn, die sinds zijn aankomst in Amerika altijd met gebrekkig Engels onderwees, braakte deze kreet al uit in de jaren 70. Daar ergens in het hippie publiek zat volgens de overlevering een toekomstig Nike medewerker die deze slogan vele jaren later met succes introduceerde. Toen ik voor het eerst hoorde dat we het maar gewoon moesten doen kwam er direct weerstand bij me naar boven. Voor mijn gevoel doen velen zomaar wat en levert dat juist ook veel onbalans op in de wereld. Daar hebben ze hier natuurlijk iets op bedacht, het hebben van een richting.

Richting
Tja richting, niet wat je doet maar waarom je het doet. Niet; wat kan ik van de wereld krijgen, maar wat kan ik geven, niet van buiten naar binnen om de oneindige verlangens te bevredigen maar van binnen naar buiten, oneindig geven. Wat deze hele zit zo krachtig maakt is het samen zijn met mensen die allemaal dezelfde richting hebben. Iedereen hier is bereid om zijn/haar eigen meningen, behoeftes en ideeën aan de kant te schuiven en zich te richten op iets dat groter is dan onszelf. Deze richting haalt de obsessieve focus onze eigen behoeften te bevredigen weg en richt de pijlen van binnen naar buiten toe. Wat voelt dat goed, iets voor een ander doen en daarmee niet bezig te hoeven zijn met hoe ik me zelf voel of wat ik wil. Gewoon iets voor een ander doen. Misschien dat daarom voor velen het krijgen van kinderen een haast spirituele ervaring kan zijn. Er is plots iets buiten jezelf waarvan je onvoorwaardelijk houdt en wat alles wat je doet richting geeft. Het leven heeft zo ineens zin, betekenis en meer waarde. Met deze biologische geslachtsdaad is de identiteit misschien wat opgerekt van de ik naar het gezin. Hiermee is er echter nog geen verbinding gelegd met de rest van de mensheid en ieder ander levend wezen. Dus in mijn beleving is het nodig om met zijn allen verder te kijken dan onze zoektocht naar zingeving en een richting of doel te laten vervullen door nageslacht te creëren. Als iedereen zijn of haar richting van binnen naar buiten richt, van wat kan ik krijgen naar wat kan ik geven. Dat is immers waar iedere relatie om draait, wat kan ik je geven in plaats van wat kan ik van je krijgen. Sterker nog, dat is verlichting als je het mij vraagt. Realiseren dat die ik waar je alles voor doet onbevredigbaar is, het is nooit genoeg. Zodra je de eindeloosheid van je eigen verlangens ziet snap je dat nog een biertje, vakantie, partner of feestje niet per se bijdraagt aan je geluk. Niet dat je alles moet laten maar zolang je probeert het onbevredigbare te bevredigen zal de splinter van rusteloosheid in je vlees en geest blijven prikken.
Wanneer na eindeloos proberen de verlangens te bevredigen je kompas zich op de medemens gaat richten valt er een golf van verlichting over je heen. Eindelijk, rust. He, daar zie ik een man bedelen, zou hij honger hebben, laat ik hem vragen hoe ik hem kan helpen. In plaats van de vooroordelen die ons gedrag zo vaak leiden onze gedachten te laten besturen, ‘hij zal wel lui zijn, nooit hard gewerkt hebben’. Nee! Daar staat een mens voor je, net als jij wil hij geluk en liefde. Toon je menselijkheid en overstijg de grenzen van je zelfopgelegde vleesrand die je van de omgeving scheidt. ‘De omgeving van de mens is de mens’, prijkt aan de Nieuwe Binnenweg in Rotterdam. Dus handen uit de mouwen, de wereld en uw medemens schreeuwt om hulp. Stel je kompas bij, er rest nog maar een vraag; wat kan ik voor u betekenen. Zodra alle pijlen dezelfde kant op wijzen kunnen we onze ruggen rechten en meningen laten varen. Vele handen maken licht werk, wat u niet wilt dat u geschied doe dat ook een ander niet, wie een kuil graaft voor een ander valt er zelf in. De taal barst van de wijsheden. Dus, ben je zoekende, wat is de zin van het leven, hoe kan ik me gelukkiger voelen, wat betekent het om mens te zijn. Ik vraag u, waarom eet je?
Ja precies, als je dit weet dan is alles duidelijk. Waarom eet je, slaap je, reis je, werk je? Hoe meer alles wat je doet hetzelfde doel heeft, des te krachtiger en helderder je bestaan & vreugde wordt. Want de grenzen van je bestaan zijn zo wijdt als je ze zelf maakt. Neem je naast het helpen van anderen, de moeite om de grote stilte in jezelf waar te kunnen nemen en zo een vol glas te worden. Want uit een leeg glas valt niet te schenken. Of juist een leeg glas, want alles komt voort uit de leegte. Dan rekt je zelfbeeld vanzelf zo ver op tot voorbij de randen van het universum. Dan zijn jij en ik niet ik en jij, is er geen ik en jij maar ben ik wel gewoon ik en jij gewoon jij. Oke, even terug naar de Hollandse nuchterheid. De mens is een sociaal dier, denk je alleen aan jezelf dan denk je jezelf de eenzaamheid in. Overstijg dit denken en richt je energie op je zintuigen zodat je de wereld ten volle ervaart en ziet waar je anderen kunt helpen en waar helpen soms juist niets doen is. Heb de wijsheid om te zien dat helpen ook kan betekenen dat je iemand een schop onder zijn reet moet geven. Maar al schop je en spreek je boze woorden, van binnen ben je vol compassie en begrip. Laat emotie je niet overmeesteren want de enige meester dat ben jij. Zoals je leeft zul je sterven en wanneer je daar ligt op je sterfbed, omringt door je geliefden, weet je dat je enkel gegeven hebt en dat wat je geeft vanzelf doorgegeven wordt. Zo zag ik als 17-jarige een goede vriend op zijn sterfbed en het eerste wat hij zij toen ik hem bezocht was; hoe gaat het met je? Daar, op dat moment wist ik tot in de kern van mijn zijn, dat ik ooit net als hem hoopte te zijn. De dood is voor mij dan ook een van de belangrijkste leraren in het leven en tegelijkertijd misschien wel het grootste taboe in de Westerse samenleving. In de leegte van de dood bestaat de ik immers niet, leegte is dood kan worden gedacht. Doodgaan is ook iets wat anderen doen en wat voor mijzelf ver weg is, zo negeer ik mijn eigen sterfelijkheid en schets ik dat in een verre toekomst. Hierdoor kan ik verward raken in allerlei onbenulligheden, vergetend waar het allemaal om draait. Want in de ogen van de dood blijft alleen wat relevant is staande. Geliefden, geven, zingeving, rust, acceptatie en loslaten. Wanneer een geliefde kanker heeft beseffen we ons misschien dat we zoveel onbenulligheden zoveel energie geven. Zo sta ik vaak stil bij de dood en krijgt het leven daardoor juist veel meer betekenis en waarde voor me, want waar draait het nu echt om? Dit is een vraag die ik overal terug zie komen.
Niet alleen heb ik het gevoel dat velen van mijn leeftijd zoekende zijn naar wat ze met hun leven willen doen, ook op grotere schaal bespeur ik een gevoel van anomie. Nu we niet meer voor het zingen de kerk uit zijn maar zelfs helemaal niet meer naar de kerk gaan ligt plots de verantwoordelijkheid bij ieder individu om het leven enige waarde te geven. Waar in de jaren 70 utopische gedachten de ronde deden onder de hippies, hoe we iets voor de wereld kunnen betekenen lijkt er nu een dystopie te zijn ontstaan. In de politiek gaat het niet over wat we met zijn allen voor elkaar kunnen betekenen maar vooral hoe we met zijn allen kunnen behouden wat we nu hebben. Angst voor economische stagnatie, vluchtelingen, cultuurveranderingen en klimaatveranderingen die de ongekende groei lijken te bedreigen vormen de agenda. Dat terwijl ik een enorme behoefte naar richting proef bij mezelf en vele anderen. Waar gaan we met zijn allen heen, niet hoe kunnen we onszelf beschermen maar hoe kunnen we de uitdagingen van vandaag omzetten in de kansen van morgen. De wereld is nou eenmaal niet te controleren, continu is alles onderhevig aan veranderingen en verlangend sentiment naar de goede oude tijd heeft dan ook geen zin. Zelfs al zou je iets uit het verleden opnieuw invoeren, de gehele context is anders dus het zal nooit zijn hoe het was, het verleden is voor eeuwig verloren. Bob Dylan stelde al, ‘The Times They Are Changin’. De realiteit is dat hoe veilig je jezelf ook indekt, met verzekeringen, een huisje, goede baan en noem maar op. Dit alles betekent niet dat je een gelukkig en fijn bestaan hebt. Een van de inzichten die ik op het kussen heb opgedaan is dat hoe sterker ik een idee of gevoel creëer van mijzelf als een bepaalde identiteit hebbende, des te sterker er een behoefte opkomt aan zelfbehoud of bescherming. Ofwel, hoe sterker we bijvoorbeeld nationalistisch gedachtengoed najagen des te sterker we Nederland willen beschermen. Onze identiteit bepaald voor grote mate de richting en natuur van onze gedachten, daar waar je zelfbeeld veranderd veranderen onze gedachten met deze mee. Natuurlijk is zelfbehoud een natuurlijk instinct en draagt een bepaalde levensstandaard bij aan een gevoel van welvaart en geluk. Ondanks dat slikken meer dan een miljoen Nederlanders antidepressiva, komt een burn-out steeds vaker voor en is een groot deel van de bevolking eenzaam. Daar zit je dan in je mooie huisje met de drukke baan, is dit het nou? Niet dat er iets mis is met de baan, het huis of veiligheid. Het is alleen geen garantie op iets. Je kan ieder moment ziek worden, doodgaan of ontslagen worden. Ben je dan plots ongelukkig, moet alles meezitten om je goed te voelen? Dat is in mijn ogen geen geluk, iedereen kan zich fijn voelen als alles meezit. Hoe voel je je als dingen tegenzitten en als je moet strijden? Kun je dan nog steeds aardig zijn voor anderen, geduld tonen en de schoonheid van het leven zien? Zolang je dan ook afhankelijk bent van je situatie, het zijn van een zakenvrouw, doktor, metselaar of zwerver, ontstaat er mogelijk een bepaalde angst voor verandering van situatie. Je bent immers geen doktor of zwerver, dat is het beroep dat je uitvoert, maar het is niet de kern. Dus wat gebeurt er met je als dingen niet zo gaan zoals jij dat zou willen?
Mediteren is voor mij onder andere leren omgaan met de donkere kanten van het leven. Misschien klinkt het paradoxaal maar juist daardoor voel ik me alleen maar gelukkiger. Want hier op het kussentje, al zittende, sta ik oog in oog met mijn demonen. Komt er onzekerheid naar boven die ik zelden heb ervaren, pijn waarvan ik het bestaan niet afwist en onrust die ik normaliter zelden ervaar. Wanneer ik uren, dagen en soms zelfs weken met deze duiveltjes heb gestoeid is daar dan de verlossing in de vorm van inzicht, transparantie en rust in de geest. Hoe langer ik hier stilzit en hoe dieper ik in de beerput van de geest graaf des te meer er een bepaalde onverstoorbaarheid aan de oppervlakte komt. Zo wordt deze rust niet alleen meer op het kussen ervaren maar het dagelijkse leven mee in gedragen. Langzaam maar zeker leer ik zo om gewoon, 100% te zitten. Nu kan ik ook gaan proberen om 100% te lopen, te eten, te zingen, te buigen en te werken. Stapje voor stapje loop ik zo de aandachtsschoenen in. Heilig is de stilte, want zonder de stilte kunnen de diepere lagen van de geestesspinsels niet aan de oppervlakte komen. Wanneer daar afleiding is wordt het verdiepingsproces gestaakt en gaat de aandacht van binnen naar buiten toe. In de stilte leer ik zo de ruis weg te filteren zodat er steeds meer harmonie ontstaat en ik langzaam onderdeel van het universeel orkest wordt. Dit vertaalt zich in moeiteloze actie. Hoe snel het afwassen ook gaat, er is een stilte op de achtergrond, een leegte die onbeweeglijk is. Zonder denken wordt alles toch klaargespeeld, een bepaalde directheid komt tot uiting, niet lullen maar poetsen. Deuren worden voor anderen opengehouden, nieuwe mensen worden geholpen waar nodig en aan hun lot overgelaten waar nodig. Overal zie je waar je kan dienen en zonder moeite wordt dit direct gedaan. Alsof ieder spoortje van wat ik ooit zelf fijn en niet fijn vond verdwenen is. Zo is mediteren tegen de stroom ingaan maar daardoor met de stroom van het leven kunnen meegaan. Tegen de stroom van je biologische verlangens, de sociale normen en de standaard in, maar met de stroom van datgene wat verbinding geeft, anderen dient en het ‘goede’ mee. Zo ontstaat er een manier van leven die moeiteloos is, er ontstaat een bepaalde lichtheid, een vreugde. Deze vreugde is altijd op de achtergrond aanwezig, want de 80% van de tijd dat je jezelf normaal voelt is er de potentie om je, wanneer je genoeg aandacht hebt, je vol vreugde te voelen.
Uiterst belangrijk hierbij is het niet weten. De belangrijkste les van Zen-meester Seuhn Sahn was ‘always keep a don’t know mind’. Ofwel, altijd een geest hebben die niet weet. Wat tekst en uitleg is hierbij vereist. Uit het boek Sapiens van Yuval Noah Harari, waarin hij de gehele menselijke geschiedenis probeert samen te vatten, is een onderdeel me altijd bijgebleven. Yuval schrijft dat de grootste menselijke uitvinding het niet weten is. Hiermee doelt hij op het verwerpen van het religieuze dogma, dat pretendeerde alles te weten. Alles is immers geschreven in de heilige boeken, gestuurd door god enzovoorts. In deze periode van de mensheid ontdekte we dat we eigenlijk helemaal niet wisten hoe de natuur werkte, dat god niet de verklaring voor alles was en dat we het zelf maar eens moesten gaan onderzoeken. Zo vond er een transformatie plaats van ‘wij weten het allemaal al naar we hebben geen idee hoe het allemaal zit’. Met het hebben van geen idee ontstond een enorme ontdekkingsdrang, onderzoek en zoektocht naar nieuwe kennis. Plots werd alles onderzocht en deze zoektocht leidde uiteindelijk tot de enorme toename van kennis die ervoor gezorgd heeft dat we nu zoveel technologie, welvaart en luxe ervaren. Wetenschap en meditatie of spiritualiteit komen hier voor mij perfect samen. Beidden vereisen dat je je bestaande ideeën over de wereld en jezelf achterwege laat en met een open geest gaat onderzoeken hoe het werkelijk in elkaar zit. Zo zijn alle wetenschappelijke theorieën die we nu voor waarheid aannemen over tientallen jaren mogelijk weer verworpen en aangescherpt, dit doordat we vragen blijven stellen. Wat mij enorm verbaasd is dat, ondanks het feit dat iedereen geschoold wordt in een wetenschappelijke manier van denken, vrijwel niemand vragen lijkt te stellen bij datgene dat de basis is voor alles in ons leven. Onszelf, ik, mij, mijn, Joris in dit geval. Alles wat ik in dit leven ervaar wordt ervaren door mijzelf, niemand op de wereld zal de wereld zo ervaren zoals ik dat doe, in die zin is het bestaan erg eenzaam, ben ik een eiland in de oceaan.
Wat iedere religie op een bepaalde manier heeft proberen te verkondigen is dat het koninkrijk van god binnen in ons ligt. Struinend over de ghats van de meest heilige stad van de Hindus, Varanasi, stuit ik op de quote ‘Ask yourself, who am I?’. Ofwel, Wie ben ik? Deze ik is het centrum van ons bestaan en voor duizenden jaren wordt ons al verteld om naar binnen te kijken in plaats van jezelf te definiëren door datgene wat zich daarbuiten afspeelt. Wanneer je je laat definiëren door hoe anderen je behandelen, door hoe anderen op je reageren of op de wereld je laat voelen dan ben je een brok afhankelijkheid. Word je gepest dan voel je je onzeker, word je geprezen dan word je misschien wel een arrogante lul. Maar wie we nu werkelijk zijn achter deze façade van zelfgecreëerde en opgelegde identiteit is een groot vraagteken. Hier bevindt zich het antwoord, dit vraagteken is van levensbelang voor een rijk leven. Een leven waarin we continu zullen blijven leren, het mysterie van het leven blijven zien en ongekende diepgang ontdekken. Dit is het hebben van een ‘Don’t know mind’. Wanneer we onszelf de vraag stellen, wie ben ik of wat ben ik, ontstaat er ruimte. Ruimte om alle ideeën die we over onszelf hebben en alles wat we over onszelf denken te weten naar boven te laten komen. Zo ontstaat er een proces waarin onze gedachtenpatronen, verborgen verlangens en zelf-obsessie aan de oppervlakte komen. In mijn ervaring verdwijnt in dit proces een ongekende hoeveelheid aan egoïsme, onzekerheid, ontevredenheid, irritatie, arrogantie en agressie. Alsof alles wat we proberen te vermijden juist gecreëerd wordt met het vasthouden aan een bepaalde identiteit. Dat wat we zijn gaat dan ook voorbij enige vorm van conceptualisatie, het is niet in woorden te vangen. De totale vereenzelviging met onze gedachten maakt het dan ook onmogelijk om voorbij de dualiteit van goed/slecht, tevreden/ontevreden en ik/zij te gaan.
Hoe meer je deze vragende geest kunt vasthouden des te interessanter het leven wordt. Misschien denk je je vrienden, familie of partner al goed te kennen. Maar zodra je ze opnieuw in het licht van een niet wetende geest bekijkt komen er vanzelf vele vragen omhoog, eigenlijk ken je je naasten helemaal nog niet zo goed. Op het moment dat je ze denkt te kennen stop je mogelijk met het stellen van vragen en zo neemt de ontdekkingsdrang in elkaar af. Hoe meer ik me met deze vraag bezighoudt, hoe meer ik me besef dat ik geen idee heb hoe de wereld in elkaar zit en wie ik zelf ben. Hiermee ontstaat echter een enorme openheid, leegte en daarmee potentie. Met dit niet weten begin je aan een ontdekkingstocht in jezelf. Zo groot als het fysieke universum is, zo groot is de wereld binnenin jezelf. Er is minstens net zo veel te ontdekken. Hoe meer je deze vraag voor jezelf kunt stellen, des te interessanter wordt het leven om je heen. Er ontstaat een kinderlijke nieuwsgierigheid naar anderen, plots komen er vele vragen naar boven. Vragen vormen in mijn ogen de basis voor mooie gesprekken en het creëren van meer diepgang in relaties. Iets wat hard nodig is, dus kijk je partner eens in de ogen en besef je dat je geen idee hebt wie ertegenover je zit. Dat je geen idee hebt wie je nu eigenlijk zelf bent en wat we hier met z’n allen aan het doen zijn op deze rots die met gigantische snelheden door de ruimte heen suist. Zodra dit niet weten een intrede in je leven maakt, begin je met het afbreken van de conceptualisatie die je hebt opgebouwd. Ofwel, de wonderwereld die kinderen ervaren maakt langzaam plaats voor een wereld van woorden en ideeën, we ervaren niet langer wat een boom is maar het idee van een boom. Een boom heeft immers nooit gezegd, he jongens, ik ben een boom, noem mij alsjeblieft boom. Nee, dit zijn allemaal labeltjes, bedacht en verzonnen om de wereld op te delen in vakjes die we kunnen begrijpen en verder kunnen ontleden. De rationeel denkende geest vindt hier immers houvast, in het opdelen van alles wat we zien in steeds kleiner wordende hokjes, zo kunnen we alles lekker los van elkaar begrijpen. Maar de wereld is een geheel en hoe meer je door de hokjes voor werkelijkheid aanneemt des te meer je loskomt van het leven en je in je hoofd leeft. Zo kun je een gevoel krijgen dat je eenzaam bent en los staat van de rest van de wereld. Dit denken creëert ik en de rest van de wereld. Daartegenover staat dat hoe meer je een ‘don’t know mind’ hebt des te meer je verbinding met de wereld begint te voelen, des te meer je de vreugde in jezelf ontdekt. Vreugde, puur voor het feit dat je leeft, los van enige externe invloed. Er ontstaat een capaciteit om alles wat je in je leven tegenkomt tegemoet te komen, zelfs die dingen die we normaliter proberen te vermijden. Hoe meer je deze openheid van geest weet te trainen des te meer je ervaart dat alles in het leven zoveel meer diepgang heeft dan je ooit had kunnen denken. Dan maakt het niet meer uit wat je doet, alles wat je doet is immers voor anderen en een vreugdevolle activiteit. Dit is in mijn beleving wat het leven bedoeld is om te zijn. Vol mysterie, vreugde, ontdekken, eindeloos leren en verbinding.
Daar tegenover staat dat het denken te weten tevens ook de basis vormt voor iedere strijd. Conflicterende ideeën en overtuigingen, die vol overgave geloofd worden, delen de wereld op in medestanders en tegenstanders. Zo hoorde ik laatst een stel ruzie maken over de kleur van een prullenbak, of deze nu blauw of grijs was. Dit toont in mijn ogen dan ook aan hoe er evenveel perspectieven als mensen zijn. Voor mijn gevoel is de basis van ieder perspectief dan ook het maken van onderscheid & identificatie. Zo creëer je een wereld die eigenlijk enkel jouw perspectief is. Iets wat tegelijkertijd prachtig is, er is plots niet een wereld maar er zijn meer dan zeven miljard werelden. Zo kunnen we samen een oneindigheid aan nieuwe ideeën genereren die, wanneer we deze samen brengen, tot een ongekende synergie kunnen leiden. Maar wanneer een eigen perspectief voor de ultieme waarheid wordt aangezien kan dit leiden tot een geest die beperkt, uitsluit en discrimineert. Dit alles misschien wel uit angst om niet te weten en voor de leegte. Niet weten is immers kwetsbaar zijn, lerende en zonder houvast. Niets is lastiger voor een geest die controle en zekerheid wil. Maar wordt het niet weten omarmd dan ontstaat er een geest die groot genoeg is om iedere mening te begrijpen, om het perspectief van ieder ander in te zien en bruggen te slaan. Wanneer we ons realiseren dat alle shit om ons heen voortkomt uit het negeren van de shit in onszelf kunnen we de uitdagingen in de wereld echt aanpakken, bij de wortels in plaats van bij de symptomen. Zo daag ik mijzelf uit om samen met anderen ten strijde te trekken, galopperend op het paard van het niet weten, gewapend met de speer van de aandacht. Zo penetreren we zonder moeite het schild van de zelfgecreëerde illusie om het hart van de tegenstander te doorboren, het hart van de onwetendheid, begeerte en aversie. Hiermee verlichten we onszelf van onze eigen gecreëerde obstakels, realiseren we onze ware natuur en zien we wat het kan beteken om mens te zijn. Dan maakt het niet meer uit wat we doen, of we nu op kantoor zitten, continue op reis zijn, het blad aan harken of president zijn. Dit alles doen we om anderen te helpen, met onze volle aandacht en vol vreugde.

Tja. Ik had u al gewaarschuwd, de bovenstaande tekst floepte er in een schrijf-flow zomaar uit. Nu hou ik ervan om mijzelf en anderen uit te dagen, discussie op gang te brengen en datgene wat normaal is te bevragen. Misschien staat deze tekst je niet aan, mooi! Waar komt deze weerstand vandaan en hoe ervaar je zelf wat ik beschrijf? Of je denkt en voelt juist, dit is precies hoe ik het ervaar, mooi! Waar komt dat dan vandaan, waarom voel en denk je dat? Geconcludeerd kan worden dat ik een jonge man ben met veel vragen over het leven, onze huidige manier van leven en met een eindeloze ontdekkingsdrang. Ik ben ook maar een mens op zoek, niet dat ik hoop een antwoord te vinden, dat zou het allemaal een stuk minder mysterieus en interessant maken. Hieronder geef ik nog een korte samenvatting van hoe ik het nu eigenlijk echt heb ervaren in het klooster. Aangezien bovenstaande meer een kijkje in allerlei gedachtenspinsels.

Mijn ervaring
De eerste week leek het mediteren wel als vanzelf te gaan. Normaliter kunnen de eerste dagen van een retraite nogal zwaar zijn. Het is onwennig om zolang stil te zitten, rug en knieën beginnen te protesteren en ook de geest is niet zo blij met alle stilte en verzet zich stevig. Geen van deze verschijnselen steekt echter de kop gedurende deze eerste week. Misschien komt het doordat ik al aan twee retraites heb deelgenomen de afgelopen tijd, omdat ik in India al 2,5 maand op de grond heb gezeten omdat ze daar niet aan stoelen doen of door de sterke energie die de sjamanen aan deze berg toewijden. Na tien dagen van continu toenemende aandacht, begint mijn lichaam echter te protesteren. Het verteringsstelsel, al voor langere tijd de zwakkere schakel in mijn lichaam, begint onrust te vertonen. Iedere morgen voel ik me prima maar zodra we richting de lunch gaan begint er een continue kramp die gepaard gaat met enorme activiteit daarbinnen. Tussen de meditaties door haast ik mijzelf dan ook naar het toilet, om voor het einde van de loopmeditatie weer terug te zijn. Zo gaat het bijna twaalf dagen lang, twaalf dagen van continue kramp en pijn. Niet alleen fysiek maar vooral mentaal is dit erg zwaar. Ondanks dat heb ik nooit enige twijfel aan het ondernemen van dit lange retraite. Dan na twaalf lange dagen, op kerstavond, is daar de druppel die de emmer doet overstromen. Tijdens het afwassen komt er een misselijkheid opzetten die het onmogelijk maakt om te blijven staan. Daar in het hoekje van de keuken komen dan plots de tranen. Ik strompel naar een monnik die in de keuken werkt, hij schrikt van mijn betraande gezicht en neemt me apart. Morgen gaan we naar de doktor zegt hij! Ik begeef me naar mijn kamer en huil de spanning nog even van me af. Dat voelt al meteen goed, alsof er een zware druk uit mijn hoofd weg is. De volgende morgen blijf ik liggen en ga ik maar liefst acht keer naar het toilet om de druk ook uit het lichaam te laten lopen. Dan begint ook het inzicht te stromen. Ik ben te hard voor mezelf, wil te graag, in plaats van 100% ga ik voor de 120%. Niet alleen nu hier in dit retraite, maar ook in andere activiteiten die ik heb ondernomen. Met het inzicht, het vele toilet bezoek en een dagje rust is twaalf dagen van pijn als sneeuw voor de zon verdwenen. Dit laat me meteen ervaren hoeveel invloed de geest heeft op het lichaam.
Vanaf dat moment komt de kramp niet meer terug en begin ik meer te genieten van het zitten. Langzaam maar zeker krijg ik steeds meer energie, zo is zeven uur slaap eigenlijk al te veel voor me. Beetje bij beetje begin ik wat extra meditatietijd toe te voegen aan het strakke schema. Vijf minuutjes hier en een half uurtje langer daar. Nu de druk weg is uit mijn hoofd beginnen er plotseling enorm veel gedachten de kop op te steken. Gedachten over alle mooie plannen die ik wel niet heb en de vele dingen die ik nog wil doen. Zo gaan er misschien wel twee weken voorbij waarbij ik tientallen scenario’s overdenk. Uiteindelijk schrijf ik alles van me af om het maar uit mijn hoofd te krijgen. Dan realiseer ik me dat al deze scenario’s eigenlijk allemaal dezelfde richting hebben. Waar ik ook heen ga en wat ik ook wil doen de kern is dat ik anderen wil helpen en mijn meditatie beoefening wil verdiepen zodat ik dit beter kan doen. Hoe langer het retraite voortduurt des te meer deze richting voorbij de woorden gaat en ik een zeer sterke overtuiging en toewijding voel. Dit dat het mediteren ook op een bepaalde manier veranderd.
Dan is daar de week voordat de Boeddha’s verlichting wordt gevierd. Ongeveer 2600 jaar geleden zou de Boeddha op deze dag de verlichting hebben bereikt, of zoals ik het liever verwoord, zijn ware natuur hebben ervaren. Om dat te vieren gaan we een week lang in intensief programma. Dus wie dacht dat 8 uur meditatie lang genoeg was, heeft het even mis. De komende week mediteren we 10 uur per dag en slapen we vier uur per nacht. De laatste nacht, ofwel de nacht dat Boeddha de verlichting bereikte bij het zien van de ochtendster, slapen we helemaal niet. Die nacht worden we vergezeld door 30 mensen van buiten de tempel die van 21:00 tot 03:00 met ons mee mediteren. Gezellig eten we met zijn allen om middernacht om daarna nog 2,5 uur te mediteren. Gek genoeg ervaar ik deze week, dat hoe langer ik mediteer en dus hoe minder slaap dat ik krijg, des te meer energie ik krijg. Die laatste nacht zit ik dan ook tot drie uur s’nachts op mijn kussentje te shaken van de energie. Dan wanneer de mensen van buitenaf vertrekken gaan we nog even 108 buigingen doen met zijn allen. Normaal worden we gewekt om vier uur s’nachts en nu gaan we rond deze tijd naar bed. Met 24 uur achter de kiezen voel ik me super fit en energiek.
Tijdens deze intensieve week ben ik tevens over de helft van het retraite heen gegaan. Daarnaast krijgen we een dag vrij, een dag waarin we ook mogen praten en naar de sauna gaan. Plots is daar pizza en zelfs coca-cola tijdens de lunch. Na 45 dagen samen stil te zijn geweest mogen we plotseling met elkaar praten en leren we elkaar op een hele andere manier kennen. Dit verdiept de band die we toch al met elkaar hebben ontwikkeld. De monniken waarschuwen ons al dat het na deze dag weer lastig wordt om de draad op te pakken. Nu de druk van de intensieve week en al het mediteren plotseling weggevallen is komen daar ineens erg sterke gevoelens naar boven. Gevoelens die me vertellen dat ik precies doe wat ik moet doen, met de juiste mensen op de juiste plaats. Dit gevoel heb ik al vaker gehad en het is enorm krachtig. Alsof je precies met je leven doet wat je hoort te doen, dit brengt de tranen dan ook tot de rand van mijn oogleden. Vol energie en overtuiging begin ik dan ook aan de tweede helft.
Het ritme wordt weer opgepakt en de stilte keer terug. De dagen beginnen nu voorbij te glijden alsof het minuten zijn. Een week vliegt voorbij en dan stuit ik wederom op een oneffenheid de geest. Mijn ademhaling wordt oppervlakkiger, de geest vult zich vol negatieve gedachten en ik duikel in een gevoel van onzekerheid. Onzekerheid over de manier waarop ik mediteer, over wie ik ben en nog veel meer. Twee dagen van donkerte strekken zich zo voort. Alsof de donkerte nodig is om de intensiteit van het licht te verhogen, want wanneer de donkerte eenmaal oplost is daar een stilte en rust die ik nog niet eerder heb mogen zijn. Waar de eerste periode met buikkramp een staat van relaxtheid bracht, brengt deze mentale worsteling me een staat van stabiliteit waarmee ik nu aanbeland ben bij een enorme helderheid van geest. Deze helderheid brengt een continue stroom aan inzichten met zich mee. Plotseling lijkt alles tot inzichten en wijsheid te leiden. Er ontstaat een bepaalde afstand tussen mijn gedachten, emoties, gevoelens en mijzelf. Zo neem ik waar hoe egoïstisch deze zijn, volledig geobsedeerd met dit ding wat ik ik noem. Buiten lopend, slenterend door de bossen brengt zelfs het vallen van een blaadje of het waaien van de wind mooie creativiteit voort.
Dan is daar wederom, op de zondag, een Dharma-lezing. Een Tibetaanse Monnik, die wat van de Zen sfeer komt proeven, neemt het woord. Hij vertelt over zijn leraar, de man die hij jarenlang heeft begeleid tot aan zijn sterfbed. Hoe deze man leefde, hoe hij stierf en wat de invloed daarvan op hemzelf was. De manier waarop deze monnik over zijn leraar verteld ontroerd me op een manier die ik niet eerder ervaren heb. Het is datgene wat hij niet uit kan drukken in woorden maar wat hij wel over weet te dragen in zijn lezing dat me zo raakt. De Zen-leraar haakt hierop in en ook hij verteld over zijn leraar in een vorm die iets in me raakt. Daar zit ik, al luisterend beginnen de tranen over mijn wangen te rollen. Zonder te snikken of van slag te zijn, gewoon een eindeloze stroom aan tranen. Deze zomer ervaarde ik voor het eerst hoe ik na een intensieve week mediteren huilde van geluk en nu zijn er opnieuw tranen, tranen van verlangen misschien wel. Tranen die voorbij emotie gaan maar me wel veel energie geven om actie te ondernemen. Samen met de Tibetaanse Monnik maak ik zo een aantal wandelingen door de bossen, hem bestokend met mijn vragen. Ook de Zenleraar, waarmee ik een erg sterke verbinding voel, wordt getrakteerd op een wandeling en een eindeloze stroom aan vragen. Zo worden er zaadjes gepland voor de volgende stappen die ik ga ondernemen op dit pad.
De laatste maand lijkt sneller te gaan dan ik een maal met mijn ogen kan knipperen. In deze maand ervaar ik hoe het is om alleen maar te lopen, afwassen, schoonmaken, zitten en chanten. Natuurlijk blijft het denken aanwezig, af en toe onderbroken door de oorverdovende stilte, maar er is iets achter het denken wat iedere dag meer aandacht krijgt. Alsof je een film kijkt en tegelijkertijd iemand tegen je praat. Je bent zo begaan met de film dat je amper meekrijgt wat de persoon naast je tegen je zegt. Zo gaan de golven van de geest steeds meer liggen. Meer en meer zie ik dat wanneer je richting duidelijk is (waarom) en je iets met volle aandacht doet (hoe) vrijwel alles in je leven getransformeerd kan worden in een uiterst leerzame en vreugdevolle ervaring. Dan maakt het niet meer uit wat er op je pad komt, of het nu ‘goed’ of ‘slecht’ is, alles wordt gebruikt om anderen te helpen. Of je nu een levensbedreigende ziekte hebt of de loterij wint, je kunt beiden van deze ervaringen gebruiken om anderen te helpen. Het gaat er dan ook niet om hoeveel je hebt maar om wat je doet met wat je hebt. Vaak kun je met je stem, een pen of je aandacht meer betekenen voor een ander dan met wat spullen en geld. Ook al weet ik al een tijdje dat echte bevrediging van binnen komt en waneer je een ander helpt je echt geluk ervaart, nu ik het op een krachtige manier ervaar krijgt het zoveel meer diepgang. Zo loopt het retraite rustig op zijn einde. Net zoals ik dit begon met een bepaalde rust, zonder al te veel emotie en gedachten, zo eindigt het ook.

Hoe nu verder?
De strakblauwe lucht in Melbourne is ondertussen verruilt voor de eindeloze horizon van de Australian Outback. Hier woon en werk ik in Zuid-Victoria, op een boerderij met maar liefst 600 koeien. Turend over de velden, met af en toe wat Dire Straits of Bob Dylan op de achtergrond begint mijn bleke tempel toet hier wat tekenen van boeren bruin te vertonen. In de oorverdovende stilte van mijn nieuwe huisje, naast de boerderij, kan ik in alle rust blijven mediteren, schrijven en lezen. Opstaan om 03:30 en naar bed om 20:00, de stilte en een vast leefschema doen dan ook nog wat retraite achtig aanvoelen. Zo zal ik de komende maanden rustig voortkabbelen.

Wil je op retraite?
Voor de mensen die ook aan een retraite willen deelnemen. Wat ik zelf in Zuid-Korea ontdekte is hoeveel retraite plaatsen er wel niet zijn in Europa waar je ook een week tot drie maanden kan mediteren. Dus hieronder deel ik wat locaties van tempels, kloosters en meditatiecentra verspreid over de wereld. Voor degene die interesse hebben.

Nederland
Zen.nl – zelf heb ik drie jaar wekelijkse lessen bijgewoond van zen.nl (in Breda & Rotterdam), daarnaast heb ik ook aan twee sesshins (retraites) deelgenomen. Voor degene die willen leren mediteren in een goed georganiseerde setting en willen deelnemen aan retraites van een week is dit de perfecte organisatie. Zen.nl bevindt zich ondertussen in 40+ steden en dorpen en is dus voor vrijwel iedereen goed bereikbaar. Website: www.zen.nl

Europa
Voor de mensen die langer op retraite willen dan een week. Natuurlijk zijn er nog vele andere adressen te vinden, dit zijn echter de adressen waarmee ik bekend ben.

Wu Bong Sa – Polen. Minimaal 1 week en maximaal 12 weken, iedere zomer 4/5 weken, iedere winter 12 weken. Kosten 12 weken rond de 1800 euro. Contact: kwanum@zen.pl
Zen Center Regensburg – Duitsland. Minimaal 1 week en maximaal 3 maanden, iedere zomer 4 weken en iedere winter 3 maanden. Kosten, 1 maand voor 600 euro. Website: http://www.mirrorofzen.com/
Won Kang Sa – Hongarije. Minimaal 3 dagen en maximaal 3 maanden, iedere winter 3 maanden. Kosten 3 maanden rond de 1200 euro. Website: www.wonkwangsa.net
Dhagpo Kagyu Ling – Frankrijk. Europees hoofdkwartier van de Kaygu lineage van het Tibetaans Boeddhisme. Website: http://www.dhagpo.org
Bijbehorende retraite centrum: Dhagpo Kundreul biedt retraites aan van 3 maanden, kosten 475 euro per maand. Website: www.dhagpo-kundreul.org
Kagyu Samye Ling – England. Eerste Kaygu centrum in Europa. Website: www.samyeling.org

Azie
Musangsa International Zen Center – South-Korea. Minimaal 1 week en maximaal 3 maanden, iedere zomer & winter 3 maanden. Kosten 3 maanden rond de 2200 euro. Website: www.musangsa.org Musangsa biedt ook een vrijwilligersprogramma aan, voor vijf uur werk per dag krijg je gratis verblijf, te eten en kun je in je resterende tijd deelnemen aan programma’s. Dit kan het gehele jaar!
Su Bong Zen Monastery – Hongkong. Minimaal 1 week en maximaal 3 maanden, iedere winter 3 maanden. Website: https://www.subong.org.hk/en
Kopan Monastery – Nepal: Een grote diversiteit aan retraites. Website: www.kopanmonastery.com
Tushita, Dharamsala & Root Institute, Bodh Gaya – India: Een grote diversiteit aan retraites. Websites: www.tushita.info / www.rootinstitute.ngo

Amerika
Providence Zen Center – Verenigde Staten. Minimaal 1 week en maximaal 12 weken, iedere winter. Website: https://providencezen.org
Zen Mountain Monastery – Verenigde Staten. Diverse programma beschikbaar, waaronder verblijven van 1 maand tot + 1 jaar. Website: https://zmm.org

Websites

Zen.nl – www.zen.nl – 40+ scholen verspreid over Nederland.
Kwan Um Zen School – https://kwanumzen.org – Deze organisatie heeft meer dan honderd zen centra verspreid over de wereld en is het levenswerk van de Zen meester Seuhn Sahn. Het klooster in Zuid-Korea, Musangsa, is hier onderdeel van.
Foundation for the Preservation of the Mahayana Tradition (FPMT) – https://fpmt.org – Deze organisatie heeft maar liefst 164 centra verspreid over de wereld en organiseert retraites en lessen van beginners cursussen tot retraites die jaren duren. Met name de cursus: Introduction in Buddhism van 10 dagen is erg aan te raden voor degene die geïnteresseerd zijn in de Boeddhistische filosofie en het leren mediteren.
Vipassana Meditation – https://www.dhamma.org/en/index – Vele reizigers komen in aanraking met Vipassana wanneer zij in Azië reizen, Vipassana centra bevinden zich echter op ieder continent, er zijn honderden centra. Hier worden intensieve retreats van 10 dagen aangeboden waarin maar liefst 10 uur per dag gemediteerd wordt. Een aanrader voor degene die in het diepe gegooid willen worden.

under: Geen categorie

Heilige steden, nachten in de woestijn & betoverend Rajasthan

Het is alweer anderhalve maand geleden sinds ik de gebergtes en valleien van de Himalaya achter me liet en afdaalde naar de vlaktes van India. Hier in de lage landen is het gevaar van vallende rotsen, wilde beren en hoogteziekte niet aanwezig. Desalniettemin doemen hier andere gevaren op; zo zijn er kamelen, koeien en zelfs olifanten die samen met scooters, fietsen, riksja’s en auto’s de wegen onveilig maken. Er is het voortdurende gevaar van voedselvergiftiging, veroorzaakt door de enorme hopen afval en ongedierte. Daarnaast is er het continue bombardement dat de zintuigen overspoelt; geuren die enorme afgunst en honger kunnen oproepen, kleuren en architectuur gevormd door het beste en slechtste wat de mens kan voortbrengen en dan zijn daar de geluiden! Geluiden van de bedelende die soms compassie en soms irritatie in je oproepen, geluiden van de eindeloze stroom aan voertuigen en mensen die niet schromen om continue te toeteren en schreeuwen, en dan zijn daar de meest fantastische geluiden die de mens kan voortbrengen in de vorm van zang. Muziek in india is anders dan iedere vorm van muziek die ik elders heb gehoord, de passie en totaliteit waarmee men de goden eert in een eindeloze lofzang is fantastisch. Het is een zang die niet wordt voortgebracht door de keel maar door het hart. Dat is india, een land waar men niet leeft vanuit het hoofd maar vanuit het hart. Reizen met een voorbedacht rationeel plan heeft dan ook geen zin, India bepaalt wat de volgende bestemming wordt. Zo ben ik de afgelopen weken van het thuis van de Dalai Lama in ballingschap, naar de heilige stad van de Sikh’s tot de magische sprookjessteden van Rajasthan geleid.

Dharamsala – De Tibetaanse hoofdstad
Samen met 90 mensen ben ik afgereisd naar Dharamsala om deel te nemen aan een tien daags retraite in Tushita, een instituut waar het Tibetaans Boeddhisme gedoceerd wordt. Normaal bestaat een retraite voor mij voornamelijk uit ‘stil zitten’ op een kussentje, ook wel mediteren genoemd. Dit keer is het programma echter veel diverser, bestaande uit discussiegroepen en college’s gecombineerd met meditatie. In deze tien dagen dringt tot mij door hoe weinig ik eigenlijk wist van de boeddhistische filosofie. Met bijna zes jaar mediteren en honderden boeken achter mijn kiezen realiseer ik mij meer en meer dat ik eigenlijk vrijwel niets weet en er nooit een einde aan leren zal komen. Ik besef mijzelf steeds beter hoe mooi en eindeloos de boeddhistische filosofie is, hiermee neemt mijn motivatie en nieuwsgierigheid alleen maar toe. Ik zou dagen kunnen vullen en boeken vol kunnen schrijven over alles wat alleen al in deze tien dagen behandeld is. Laat ik dat nu maar even niet doen, hier mijn poging om een kleine introductie te geven Waarmee ik mogelijk meer vragen oproep dan antwoorden geef. Hoe kan het dat de een depressief is en de ander zielsgelukkig, dat een ervaring voor de een verschrikkelijk is en voor de ander geweldig, dat het leven de een tegemoet lijkt te komen en voor de ander alles tegenzit. Is de ene persoon simpelweg gezegend en heeft de andere persoon pech? Volgens het boeddhisme ligt de onderliggende basis voor ons geluk en onze ontevredenheid in onze eigen geest. Wanneer we onze geest leren begrijpen en inzien hoe onze valse ideeën over onszelf en de werkelijkheid bepalen hoe we ons voelen, wordt het mogelijk om ons eigen geluk vorm te geven. Geluk is dan ook niet iets wat je hebt of niet hebt maar iets wat we zelf kunnen creëren. Dat klinkt natuurlijk leuk maar hoe doen we dat dan?
Het boeddhisme stelt dat geluk niet te verkrijgen is door onbetrouwbare bronnen, zoals meer nieuwe spullen of ervaringen, maar dat geluk alleen te verkrijgen is wanneer we een welzijn in onszelf creëren. Wanneer we een nieuw T-shirt kopen geeft dat ons een tijdelijke opleving van geluk maar nadat het T-shirt vergaan is, of daarvoor al, draagt het niet meer bij aan ons geluk. We willen nu opnieuw een nieuw T-shirt of misschien wel een broek. Maar wat nou als we in onszelf een bepaalde rust en vreugde vinden die ons in staat stelt om van alles te genieten, die het mogelijk maakt om vol vreugde te zijn, simpelweg omdat we leven. Volgens het boeddhisme zullen we ons nooit geheel voldaan voelen als we niet naar binnen kijken en inzien dat alles wat we willen zich daar al bevindt.
Voorlopig laat ik het bij deze inleiding in het boeddhisme haha, indien je benieuwd bent hoe de filosofie werkelijk in elkaar zit ben ik 24/7 bereikbaar… Wat ik nog belangrijk vind om te delen is dat het boeddhisme wat mij betreft niet conflicteert met het gedachtengoed van atheïsten of welke religie dan ook. In mijn ogen is het een methode/filosofie waarmee je je eigen psycholoog kunt worden en inzicht kunt verkrijgen in je eigen geest.

Mooie mensen
Na tien dagen van stilte in Tushita was daar het einde van het retraite. Plots mochten 90 mensen hun kelen weer openen, voor ik het wist ging ik op in een wirwar aan gesprekken. Die avond dineerden we met vrijwel heel deze groep, zo werd ik geïnspireerd door vrijwel iedereen waarmee ik sprak, hier wat verhalen van deze mooie mensen.
Daar was de man uit Colombia, in zijn veertiger jaren. CEO van een multinational die in heel Zuid-Amerika actief was. Van jongs af aan verstoten door zijn vader, die hem simpelweg negeerde wanneer hij een poging deed om deze band te hertellen. In het gemis van deze vaderlijke aanwezigheid en liefde dacht hij dit te kunnen compenseren door zo hard mogelijk te werken. Na tientallen jaren alles gegeven te hebben realiseerde hij zich dat hij, ondanks dat hij er wel was voor zijn kinderen, hij geen goede vader was. Hij begon een zoektocht in zichzelf en realiseerde dat zijn obsessieve werk georiënteerde bestaan gedreven werd door onverwerkte ervaringen uit zijn jeugd. Zo leerde hij om zijn vader te vergeven en een betere vader te worden voor zijn eigen kinderen.
Daar was de vrouw uit Engeland, jarenlang belaagd door depressies, een fragiele mentale gesteldheid en net gescheiden na een lang huwelijk. Met tranen in haar ogen vertelde ze hoe ze jarenlang had geleden met het idee dat ze niet genoeg was, toen realiseerde ze zich dat ze zelf de enige was die deze mentale staat kon veranderen. Met slechts tien minuten mediteren per dag overkwam ze haar langdurige depressie. Nu heeft ze haar leven weer langzaam op de rit en schrijft ze over haar transformatie. Daarnaast heeft ze als leidinggevende op haar werk het taboe van depressie en somberheid doorbroken waardoor anderen nu ook hulp zoeken en zich realiseren dat ze recht hebben op geluk.
Daar was de man uit Engeland. Met een gewelddadige en onplezierige jeugd stortte hij zich vol overgave in het drugscircuit waar hij zeven jaar actief was, daarnaast was hij verslaafd aan heroïne en iedere andere drug die hij tot zijn beschikking kreeg. Vluchtend voor mensen die hem pijn wilde doen belande hij in een andere stad waar hij zijn leven langzaam oppakte. Nu mediteert hij al vier jaar en heeft zijn depressies zelf overwonnen. Niet alleen heeft hij zijn depressies overwonnen, hij is nu in opleiding om anderen te helpen ditzelfde te doen. In de aanwezigheid van deze man voelde ik mij een egoïst, alles wat hij deed leek compassie uit te stralen. Zijn verhaal laat zien dat zelfs de meest geharde crimineel de potentie heeft om een liefdevol mens te worden. Vaak labellen we iemand als slecht, hij is een slecht mens. Met een label als dat heeft het geen zin om te veranderen, ik ben immers slecht. Maar wat nu als we iemand zien als een persoon die slechte keuzes maakt, keuzes zijn veranderbaar. Zo ontstaat er een manier om te werken aan je keuzes en te groeien als persoon. Wanneer je je eigen geluk ziet als een keuze wordt het mogelijk om dit zelf te bereiken, de verantwoordelijkheid ligt in je eigen handen.
Zo waren er nog tientallen mensen met de meest wonderbaarlijke verhalen.Verhalen die me intrinsiek motiveren om bijvoorbeeld 81 dagen in stilte te mediteren. Meer hierover nadat ik verteld heb hoe ik de laatste anderhalve maand in India heb ervaren.

Amritsar – De heilige stad van de Sikh’s
Amritsar. Er zijn bepaalde steden op deze aardbol die een haast magische atmosfeer hebben. Steden zoals Varanasi en Rome. Steden waar mensen al duizenden jaren samenkomen om hun geloof te beoefenen. Zo ook Amritsar, de meest heilige stad van de Sikh’s. Deze hele stad heeft zich gevormd rondom het kloppende hart van de Sikh’s, de gouden tempel. De atmosfeer rondom de gouden tempel voelt haast geladen aan, alsof de intense toewijding die de Sikhs hebben voor hun god zich manifesteert in deze fysieke plaats. Langzaam begeef ik me samen met een mensenmassa dichter en dichter nabij de gouden tempel die zich in het midden van een water bevindt. Ik stap de tempel binnen en word overrompeld door de mierzoete klanken die uit een aantal gouden kelen stromen. Dit is muziek rechtstreeks uit het hart, muziek waarmee de totale overgave en devotie voor god wordt geuit. Wetend dat muziek een van de enige vormen is waarmee dit gevoel enigszins getoond kan worden. Of je nu in een god geloofd of niet, muziek is een universele taal die iedereen kan verstaan. Drie dagen lang zwerf ik rond deze magische plaats. Hier bevindt zich een van de grootste keukens ter wereld waar gratis voedsel wordt uitgedeeld aan zeker 50000 monden per dag. Samen eten met broeder en zusters vanuit alle lagen van de samenleving, van alle religies en standen. Dit geeft een fantastisch gevoel. Waar je ook vandaan komt, wat voor geloof je ook aanhangt, hier ben je eerst mens en daarna pas atheïst, Moslim of Sikh. Waarom zou je enkel focussen op alle verschillen als je je ook kunt focussen op alle overeenkomsten die we met anderen hebben. Deze les wordt hier door de Sikhs getoond aan iedereen die naar de gouden tempel afreist. Naast deze gratis maaltijden wordt ons gratis accommodatie in de tempel aangeboden, en zo ervaren we hoe mooi diversiteit en gastvrijheid kan zijn. Ik verlaat het magische Amritsar met een voldaan gevoel, met de klanken van devotie nog in mijn oren reis ik af naar Rajasthan.

Jaisalmer – Een sprookje in de woestijn
Jaisalmer. Soms betreed je een plaats waarin zoveel schoonheid gebundeld is dat het meer is dan je in je op kunt nemen. Zo voelt Jaisalmer aan. Deze prachtige stad heeft een betoverende werking. Binnen de hoog opgetrokken muren die vele vijanden hebben buitengehouden bevindt zich een wirwar aan straten waarin de liefde voor schoonheid getoond wordt tot in het kleinste detail. Iedere steen hier is geplaatst met trots, een trots die gedragen wordt door de mensen die dit paleisje bewonen. Het voelt letterlijk alsof ik door een sprookje wandel. Dit alles bevindt zich midden in de woestijn, vlak bij de Pakistaanse grens. Samen met vijf vrienden trekken we twee nachten de woestijn in met onze gidsen mister Khan & Raju. Achter ons verdwijnt het hoog opgetrokken fort van Jaisalmer langzaam in de verte, totdat het niet meer dan een luchtspiegeling lijkt te zijn.
Ergens in het grensgebied van India en Pakistan bestijgen we onze kamelen, ver weg van de drukte en bewoonde wereld. Hier regeert de stilte en het zand. We trekken met onze karavaan langs dorpjes, bestaande uit hutten gemaakt van leem en takken. Over zandduinen, langs rotspartijen en door velden vol cactussen. Als ongeoefende kamelenrijder beginnen mijn dijen en liezen te protesteren na een aantal uur. Met het verstrijken van de dagen leer ik om me geheel te relaxen, langzaam wobbel ik zo mee met de stappen van de kameel. Dan zijn daar de prachtige nachten! Het zien van de ondergaande zon die zich langzaam achter de zandduinen laat zakken als een rode mysterieuze bol. De kampvuren waarin we staren nadat alles gezegd is wat we wilde zeggen. De mooie gesprekken, die zo natuurlijk opkomen in de nabijheid van de lege vlaktes. En de sterren, verdorie de sterren. Nog nooit heb ik nachten zo mooi als hier aanschouwd. In de afwezigheid van de maan zijn de sterren nog scherper waar te nemen. De gehele arm van de Melkweg laat zich zien boven onze hoofden. Vermoeid en tevreden vallen we in slaap, nog een keer starend naar de oneindige sterrenhemel. Zo geven we ons voor drie dagen over aan het woestijnleven en aan de liefdevolle zorg van mister Khan & Raju. Voor we het weten zitten we weer in de jeep terug naar Jaisalmer, dat als een fata morgana opdoemt. Daar worden we uitgenodigd door een vrouw die tot de artistieke klasse van India behoort. Zij neemt ons mee naar haar huis aan de rand van de stad. Hier geeft ze ons te eten terwijl wij onze ogen uitkijken met het verlichtte fort in verte. Dan worden we tot tranen geroerd door de live muziek van haar vrienden. Zo worden we langzaam verliefd op Jaisalmer, haar bewoners en de woestijn.

Pushkar – Duizenden kamelen, pelgrimsoord en hippie broedplaats
Pushkar. Dit kleine stadje heeft een magnetische werking op mensen vanuit heel India en daarbuiten. Met de Camel Fair in volle gang, een festival waar 25000 kamelen en 400000 mensen op af komen. Een religieus festival in aantocht, waar pelgrims vanuit heel India op afkomen en met een permanente hippie aanwezigheid is dit stadje hot en happening. Overdag bruisen de straten met traditioneel geklede mannen en vrouwen voor wie de Camel Fair het hoogtepunt van het jaar is. De vrouwen schitteren in hun prachtige gekleurde sari’s & de mannen dragen hun tulband vol trots. Wie van mensen kijken houdt heeft hier zijn ogen vol aan alles dat voorbij komt. Dan is daar het festival. Hier worden duizenden kamelen en paarden verhandeld, er is een kamelen dans wedstrijd, een wie heeft de mooiste snor wedstrijd, vele optredens en ga zo maar door.
Vol enthousiasme begeven James en ik ons tijdens een van de live concerten naar voren. Plots begint een groep jonge, ietwat brutale, Indiërs uitbundig te dansen. Voordat de bewakers het doorhebben zijn wij onder het lint gekropen en versmelten we in de groep dansende Indiërs. Onze aanwezigheid doet het enthousiasme oplaaien, we dansen alsof ons leven ervanaf hangt. Binnen enkele minuten hebben we vrienden voor het leven gemaakt. Als er iets is dat Nederlandse mannen van Indiase mannen kunnen leren dan is het wel de uitbundigheid waarmee gedanst wordt. Dansen en zingen is een tweede natuur voor de gemiddelde Indiër. Maar het is meer dan dansen, het is het tonen van levensvreugde. Na een half uur dansen vallen we met zijn allen neer, uitgeput maar nog niet uitgedanst. Met suizende oren en dansende benen begeven we ons terug naar het hotel, waar we voldaan in slaap dommelen.
De dagen in Pushkar sneller voorbij. Voordat we het weten gaan we ieder onze eigen weg. In drie weken tijd hebben we met zijn vijven een prachtige band opgebouwd. Alles lijkt al reizende intenser te zijn, zo ook de gehechtheid aan anderen. Met een brok in onze keel geven we elkaar een laatst knuffel, belovend dat we in contact zullen blijven. Dan is daar weer de rugzak, een nieuwe treinreis en de voorlopige eenzaamheid. Op naar Bangkok, vanwaaruit ik naar Zuid-Korea zal trekken om te beginnen aan een retraite van 81 dagen in het zenklooster Musangsa, weggestopt in het onherbergzame binnenland vol bossen.

Zuid-Korea – Zen klooster Musangsa
Op reis gaan zonder einddatum is voor velen mogelijk wat radicaal, maar jezelf 81 dagen vrijwillig laten ‘opsluiten’ in een klooster waar je niet mag praten, niemand in de ogen mag kijken en acht/negen uur per dag stil zit op een kussentje is voor veel mensen gekkenwerk. Aldus, zo heb ik begrepen van de vele mensen die ik heb gesproken. Dus, mogelijk ben ik jullie en mezelf wat tekst en uitleg verschuldigd waarom ik aan deze onderneming begin. Omdat er vele factoren zijn die hebben bijgedragen aan deze keuze heb ik er meteen maar een levensverhaal van gemaakt…
1. Het begon allemaal op erg jonge leeftijd. Zo goed als ik mezelf kan herinneren wilde ik Architect worden, om een duurzame fysieke wereld te ontwikkelen, of, geschiedenis leraar, om mensen te leren hoe we vreedzaam kunnen samenleven zonder de ‘fouten’ van de geschiedenis te herhalen. Geen idee waar deze ideeën vandaan komen, mogelijk werd ik me langzaam bewust van de staat van de wereld en de krantenkoppen die dit onderschreven. Ik denk dat menigeen als kind gedreven werd om de wereld mooier te maken.
2. Toen was daar de puberteit, meer en meer begon ik na te denken over de wereld om me heen. Rond mijn 18/19e had ik een moment van inzicht waarop ik me plotseling realiseerde dat heel mijn kindertijd als een onbewuste film voorbij was gespoeld. Plots was daar een bewuste stem in mij die zich op een andere manier tot de wereld relateerde dan ik daarvoor als kind had gedaan.
3. Met dit bewustzijn kwam het besef dat vrijwel niemand die ik kende geen idee had waarom we op deze aardbol rondlopen. Sterker nog, vooral de volwassenen hadden in mijn optiek juist geen besef wat er hier aan de hand was. Het voelde alsof ze deze vraag zelfs doelbewust vermijden, doe maar normaal dan is het goed. Hier kwam de socioloog langzaam in mij naar boven, alles wat normaal was werd een punt van discussie in mijn geest. Het heeft miljarden jaren gekost om deze prachtige oase in het universum te vormen, iets waar ik me alleen maar over kan verwonderen, laat staan dit voor normaal aannemen.
4. Met deze verwondering kwam er een toenemende nieuwsgierigheid op, vrijwel alles was interessant, vooral datgene dat probeert inzicht te verkrijgen in het leven. Plots was daar de kans om op stage te gaan, op de een of andere manier had ik de wens ontwikkeld om stage te lopen in het Buitenland. Voor ik het wist zat ik alleen in het vliegtuig naar China. Op weg naar China voelde ik me beroofd van mijn identiteit. Zonder al mijn vrienden, familie en normale context had ik geen idee wie ik was. De vraag: Wie ben ik, is nog steeds leidend in vrijwel alles wat ik doe. Daar in China had ik alle ruimte en tijd om me te verdiepen in van alles en nog wat. Zo zat ik plots stil op de rand van mijn bed, ogen geloken, handen ineengevouwen, blijkbaar was ik aan het mediteren. Na een aantal weken mediteren was daar plots een vreemd gevoel in mijn buik. Het leek wel alsof er een bal van vuur rond mijn navel was, hoe meer ik hierop focuste hoe sterker het gevoel werd. Plots veranderde deze bal van vuur in een draaikolk die mijn hele zijn de diepte in leek te sleuren. Gedurende deze ervaring begon ik na te denken, ‘wow wat gebeurt er, dit is gaaf’. Voor ik het wist werd ik meegevoerd met deze gedachtestroom en was de ervaring voorbij. Vele dagen daarna probeerde ik hetzelfde te ervaren, zonder succes natuurlijk. Deze ervaring leidde ertoe dat ik gefascineerd werd door meditatie. Het voelde alsof er dieptes waren in mijzelf die onontdekt waren, alsof er een heel universum binnenin mij was waarvan ik me geheel onbewust was. Voordat ik China verliet werd mij het boek ‘Zen mind, beginner’s mind’ cadeau gedaan, dit voor mij onbegrijpelijke boek wakkerde een fascinatie voor Zen aan. Zo kwam ik thuis met een nieuwsgierigheid naar deze innerlijke wereld, een nieuwsgierigheid die misschien wel een fascinatie genoemd mag worden.
5. Dan was daar de eerste liefde die mij liet inzien dat ik grotendeels gedreven werd door zelfzuchtige verlangens en gewoontes die ik lastig kon veranderen. De volgende vraag kwam daarbij naar boven: Hoe kan ik bijdragen aan een betere wereld als ik mijn eigen gewoontes niet kan transformeren?
6. Naast mijn eigen gewoontes, interesses en fascinaties werd ik getriggerd door mensen waarvan ik hou. Mensen die moeite hebben om de demonen in hun eigen geest te bedwingen of mensen die mij op een bepaalde manier hebben geïnspireerd. Daar was de vriend die op jonge leeftijd overleed en me nog steeds bijna dagelijks laat inzien dat het leven ieder moment voorbij kan zijn. De dood kan een van de meest mooie realisaties zijn om het leven vol overgave te leven. Met het einde in zicht wordt iedere seconde immers vele malen waardevoller en dus ga ik mijn hart achterna en niet mijn geest die het liefst veiligheid en stabiliteit wil. Daar was de vader die zijn burn-out te boven kwam door als persoon te groeien, een mindfulnesscursus te doen en daarna samen met zijn zoon op zen te gaan. Dit laat in mijn ogen zien dat je in je donkerste momenten een andere weg kunt kiezen en als persoon uit de as kan rijzen. Zo leren we vaak het meest van deze donkere momenten, waardoor we ze zelfs als mooie momenten kunnen gaan beschouwen. Daar was de oom die zijn donkere geest niet te boven kon komen en besloot dat het leven voorbij was. Dit heeft me doen beseffen dat het kleine stemmetje in ons hoofd een eigen leven kan gaan leiden en ons tot waanzin kan drijven. We hebben allemaal dit stemmetje in ons hoofd en dus hebben we allemaal de potentie tot waanzin. Tegelijkertijd betekent dat voor mij ook dat we allemaal de potentie hebben om zielsgelukkig te worden, mits we leren omgaan met dit stemmetje en de vele andere emoties, gevoelens en gedachtes die zich binnenin ons afspelen. Daar waren vele vrienden die zich niet top voelden en daar voor uit durfde te komen en de meer dan een miljoen Nederlanders die anti-depressieva slikken. Door al deze mensen en nog vele anderen zit ik nu op het meditatiekussen. Want wanneer we realiseren dat ons lijden niet uniek is maar dat iedereen soms moeilijke momenten heeft en dat we allemaal gelukkig willen zijn maar dat dit niet vanzelf gaat dan groeit er vanzelf een gevoel van compassie voor andere mensen. Waar ik zelf al een aardig blije eikel ben realiseer ik mij meer en meer dat ik niet voor mezelf mediteer maar om zoveel mogelijk anderen te helpen.
7. Daarnaast waren daar ook de mensen die mij voor gingen en zichzelf in retraites storten van soms zelfs jaren lang, mensen die vol overgave iedere religie en filosofie bestuderen om zelf een wijzer mens te worden om dit aan anderen te kunnen overdragen. Ik heb een aantal van deze mensen ontmoet en het valt me op dat het niet de woorden zijn die zij spreken, waarvan ik zoveel leer. Nee, het zijn deze personen zelf die mij laten inzien waartoe de mens in staat is. Hoe mooi het kan zijn om te leven. Mensen met glinsterende ogen, ondeugend als kinderen en wijs als heiligen. Mensen die anders bewegen, spreken en kijken dan anderen doen, alsof ze inzien dat het allemaal een grote grap is en we onszelf veel te serieus nemen. Door deze mensen, de vele boeken en het zelf mediteren realiseer ik mij meer en meer dat we als mens een oneindige potentie hebben om te leren, onszelf te ontwikkelen en te delen met anderen. Dat wanneer we simpelweg stilzitten alles wat we kunnen leren vanzelf opkomt en het leven haar serieuze, zware en sombere kant verliest. Het mooie is, je hebt alleen jezelf nodig. Jezelf, je ademhaling en al het andere wat er in jezelf afspeelt. Je hebt alles in huis om een gelukkig, vreugdevol en liefdevol mens te worden. Je hoeft simpelweg maar naar binnen te leren kijken. Voor duizenden jaren wordt de vraag; wie ben ik, al gesteld door mystici en heiligen. Maar je hoeft geen heilige te zijn om naar binnen te kijken, misschien wil je iets beter slapen, wat meer gemoedsrust, meer geluk in je leven of wat minder stress. Al deze en duizenden andere redenen kunnen je voortbewegen. Uiteindelijk zijn er dan ook vele factoren die mij ertoe aanzetten om dit te doen. Het is iets wat geleidelijk gegroeid is en continue in ontwikkeling is, als een natuurlijk proces.

Dus… Hopelijk heb ik een beetje kunnen uitleggen waarom ik nu 81 dagen ga mediteren. Ik wens iedereen fijne feestdagen en een gelukkig nieuwjaar! Tot eind februari ;)

under: Geen categorie

Overwonnen door de machtige Himalaya

Posted by: | 16 oktober 2018 Reageren uitgeschakeld |

De afgelopen maand heb ik doorgebracht in een van de hoogste en droogste gebieden op aarde. Geen nacht is voorbij gegaan zonder te slapen op hoogtes van 3500 tot 4250 meter. Deze prachtige hoge valleien waren ooit de bodem van een oceaan, totdat de Indische plaat ze tot onvoorstelbare hoogtes drukte. Dit is hoe de Himalaya en het Tibetaanse plateau zijn gevormd. Maar voordat ik mijn avonturen op deze desolate hoogtes beschrijf gaan we eerst terug naar het begin. Op 12 September vloog ik van Amsterdam naar Delhi, waar ik meteen doorvloog naar Srinagar, de hoofdstad van de staat Jammu & Kashmir. Het moment dat ik de bus nam naar de binnenstad van Srinagar ontwaakte ik tot de dagelijkse realiteit in dit grensgebied met Pakistan. Ik had het gevoel alsof ik Baghdad betrad, overal waren zwaar bewapende militairen aanwezig. De kilometers lange weg van het vliegveld naar het centrum werd bezet door honderden, zo niet duizenden militairen. Iedere tien meter stonden twee militairen opgesteld, alsof op ieder moment de pleuris kon uitbreken. Later kwam ik erachter dat 1/3e van het Indiase leger, ofwel 500.000 militairen zich in deze provincie hebben gevestigd. Terwijl ik mij door de straten van Srinagar begaf en me vermengde met het leven van de lokale bevolking kwam ik al snel achter een van de redenen voor de aanwezigheid van deze enorme troepenmacht. Kashmir werd bezet, althans, in de ogen van de bevolking van Kashmir. Ooit was deze staat een onafhankelijke macht geweest maar nu werd deze bezet door het Indiase leger. Iedere local waarmee ik in gesprek kwam uitte deze onvrede, van de verkoper van fruit op de hoek van de straat tot de lokale taxi chauffeur. Ondanks deze grote ontevredenheid toonde de locale islamitische bevolking mij niks dan vriendelijkheid. Na deze eerste aanrakingen met India leidde mijn tocht me naar Leh, en dit werd een tocht die ik waarschijnlijk niet zomaar zal vergeten. Met de opkomende zon in ons gezicht en een kraakheldere blauwe lucht vertrokken we vol goede moed. Maar, vanaf het moment dat we de valleien van Kashmir achter ons lieten en de stijle bergpassen beklommen die leidden naar de verborgen hoogtevlaktes sloeg het weer om. De blauwe luchten veranderde in donkere wolken, de donkere wolken daalde op ons neer in de vorm van regen, en regen werd sneeuw. Toen verdween de weg onder ons, de voor Indiase begrippen relatief begaanbare weg veranderde in een rotsachtig pad dat veilig genoeg werd geacht om het zonder vangrail te moeten stellen. Alle bescherming tussen onze jeep en de afgrond van honderden meters naast ons was plots verdwenen. Terwijl we daar reden, in de steeds heftiger vallende sneeuw, op de rand van een afgrond besloten onze ramen om zich dusdanig te laten beslaan dat al het zicht rondom ons ontnomen werd. Daar uit de witte leegte voor ons doemde plots een konvooi legertrucks op, dit zorgde ervoor dat we zo dicht naar het randje van de afgrond werden geduwd dat het rotsachtige pad onder ons leek te verdwijnen en er niets dan diepte te zien was. Dit gehele spektakel sleurde mijn maag in een knoop die zich pas weer ontwarde toen we een half uur later de relatief veilige vlaktes bereikten. Samen met mijn Amerikaanse vriend Dan, waarmee ik achter in de jeep gepropt zat gingen we over op het maken van grappen. Dit alles om onze eigen angst en ongemak te vergeten en te ridiculiseren. Dat half uur door de witte leegte, balancerend op het koord van de afgrond leek in mijn beleving uren te duren. De rest van onze 12 uur durende tocht vloog echter voorbij, het enige wat ons restte na de spanning van de ochtend was vol verwondering de prachtige omgeving rondom ons waarnemen. Binnen 12 uur hadden we een afstand van 486km overbrugd en kwamen we aan in het afgelegen plaatsje Leh. Leh was ooit een rustig stadje aan de oevers van de Indus rivier. Nu is het een bruisende stad die waarschijnlijk voor 70% bestaat uit hotels en gasthuizen. Gelukkig zijn er nog veel authentieke plaatsen te vinden, vooral wanneer je langs de oevers van de Indus de omliggende valleien verkend. Hier staan gompas, ofwel kloosters, op de meest fantastische locaties. Vrijwel allemaal zijn ze gebouwd op de meest steile bergwanden en heuvels, vanwaar ze de gehele vallei overzien. Wanneer je de ondergaande zon waarneemt vanaf deze mysterieuze plaatsen zie je de vallei beneden je veranderen in een zee van vuur. De herfst heeft alle fauna getransformeerd in een kleurenzee die op en neer golft van groen tot rood. Dit kleurenspectrum in combinatie met de zon die langzaam achter de bergtoppen wegzakt, waarbij steeds langere schaduwen geworpen worden over de vallei vloer totdat deze volledig in donkerte is gehuld, ontneemt je simpelweg de adem. Om hier rustig te zitten en deze zonsondergangen waar te nemen leidt tot een natuurlijke rust en kalmte die me van binnenuit overneemt. Na vier van deze prachtige zonsondergangen verlaat ik deze magische omgeving om te beginnen aan mijn trek door het Zanskar gebergte. Een gebied dat alleen bereikt kan worden wanneer je bereid bent om passen van 5000 meter te beklimmen. Dit gebied is zo afgelegen dat het vrijwel onaangeraakt was door de moderne wereld. Tot voor kort, want nu worden de eerste wegen langzaam aangelegd en daarmee sluipt de zogenaamde vooruitgang van de moderne wereld samen met het massa toerisme ook steeds meer door de spleten van dit afgelegen gebied. Maar voordat dit gebied voorgoed is veranderd hoop ik nog een restant te vinden van de gemeenschappen die hier al honderden jaren leven op een manier die vrijwel onveranderd is. Mijn plan was om van Lamayuru naar Darcha te wandelen, een trek van 291km, die ongeveer 21 dagen in beslag zou nemen en waarbij ik 8535 meter zou klimmen en ongeveer 8555 meter zou afdalen. Dit is ongeveer gelijk aan het beklimmen van de Mount Everest. Echter, het Zanskar gebergte toonde aan hoe nietig de plannen van een individu kunnen zijn in vergelijking met de krachten van de natuur. Hierdoor moest ik mijn plannen meerdere keren bijstellen, om uiteindelijk te realiseren dat je beter geen strakke plannen kunt hebben in de bergen. Soms kun je niets anders doen dan simpelweg afwachten, totdat de weergoden je gunstig gezind zijn en ik weer in een onverwachte richting geslingerd werd. Vanaf het begin van de trek stond ik recht tegenover een vijand die ik niet kon verslaan, mezelf. Met 21kg op mijn rug, waarvan ik vastbesloten was dat het allemaal meegesleept moest worden, gaven mijn voeten het na twee dagen al op. Mijn hielen waren gedrenkt in bloed en de zool van mijn voeten besloot dat zelfs mijn vel te zwaar was om nog verder mee te dragen. 21kg was simpelweg te veel. In het eerstvolgende dorp gaf ik drie kilo aan kleding weg, tot vreugde van de bewoners. Nu had ik nog maar 18kg op mijn rug en nog een setje kleding over. Stug doorlopend hoopte ik dat de weg langzaamaan steeds makkelijker te bewandelen zou zij. Echter, met mijn voeten nog steeds kapot en het ontdekken van meerdere verse berensporen begon mijn geest zich steeds meer te verzetten. Voor drie dagen had ik alleen gelopen in dit afgelegen gebied, hierbij was er genoeg ruimte en tijd voor mijn geest om ongehinderd stil te staan bij alles dat fout kon gaan. Niet alleen mijn eigen geest maar ook alle locals die ik onderweg tegenkwam drukte hun bezorgdheid uit, alleen door dit gebergte trekken was iets was zij zelf niet eens deden vanwege de mogelijke gevaren. Als snel manifesteerde hun zorgen zich in de werkelijkheid. Terwijl ik halverwege mijn derde dag op de trek was, nabij het oversteken van een 4700 meter hoge pas begon de sneeuw langzaam naar beneden te dwarrelen. Al snel werden de eerste keien bedekt door een dun laagje sneeuw, iets dat normaal pas in Januari hoorde te gebeuren in deze gebieden. Terwijl ik hoger klom begon de sneeuw sneller te vallen, toch bleef ik stug doorlopen. Ik realiseerde mij dat de weg terug zeker net zover was als mijn bestemming voor die dag. Tot mijn vreugde was daar een redder in nood, vanuit sneeuw kwam een jeep tevoorschijn. Na een korte onderhandeling was de chauffeur bereid om me mee te nemen. Terwijl we dichter en dichter bij mijn bestemming voor die dag kwamen kwam ik erachter dat de chauffeur zijn tocht zou vervolgend voorbij de volgende pas van 4985 meter hoog. Voor hem was het geen probleem om me ook voorbij deze pas te nemen. Dat betekende echter wel dat ik een deel van mijn tocht zou overslaan, iets wat tegen mijn principes inging. Terwijl de sneeuw alleen maar intenser werd besloot ik de gok te wagen en met de jeep de volgende pas over te steken, als snel deed de duizelingwekkende hoogte mijn hoofd tollen. Binnen twee uur overbrugde we een afstand die me normaal zeker 14 uur gekost had. Eenmaal over de pas bereikten we het kruispunt waar onze wegen zouden scheiden, ik beloonde de chauffeur gul en ging verder te voet. De chauffeur zou deze route niet meer rijden totdat het lente was en dit was zijn vijfde en laatste keer dit jaar dat hij de tocht zou wagen, dit vergrote het besef van het geluk dat ik had om hem tegen te komen. Vol goede moet wandelde ik in de richting van de beloofde warmte en comfort. Binnen tien minuten zou ik een thee tent bereiken waar ik ook zou kunnen verblijven. Toen ik daar eenmaal aankwam bleek er geen leven te zijn in de tent, ik realiseerde me dat het me zeker twee uur zou kosten om het volgende dorp te bereiken. Ondertussen veranderde de sneeuwval in een heuse sneeuwstorm die me langzaam maar zeker steeds kouder en natter begon te maken. Toen was daar mijn tweede redder die dag, uit de sneeuwstorm kwam een andere jeep tevoorschijn. De chauffeur moedigde me aan om in te stappen aangezien het steeds gevaarlijker werd om verder te trekken. Terwijl de aziatische rock muziek door de speakers donderde werd ik naar de rand van veiligheid gebracht. Deze veiligheid was minder dan een dorp, het was eerder een verzameling huizen die verspreid door de vallei lagen aan de rand van een beekje. Ik begaf me naar het dichts bijzijnde huis, het pak sneeuw was ondertussen al vijf centimeter dik. Dit zorgde ervoor dat ik half glijdend en vallend bij het eerste huis aankwam. Hier werd ik opgewacht door de vrouw des huizes die riep; guesthouse, guesthouse. Yes, Yes was mijn antwoord. Voordat ik het wist werd ik verwelkomd in een kleine woonkamer die ook dienst doet als keuken, alles bij elkaar ongeveer negen vierkante meter groot. Het dak en de muren waren volledig bedekt in een dikke zwarte laag roet die gevoed werd door de oven die in het midden van de ruimte stond. In het midden van de ruimte stond een paal die het dak ondersteunde dat volledig bestond uit takken, klei en gras. Ik maakte het me gemakkelijk, niet wetend dat dit mijn thuis zou zijn voor de komende drie dagen. De volgende ochtend werd ik wakker in een wereld die volledig bedekt was onder een dikke witte deken van verse sneeuw. Daarnaast dwarrelde de sneeuw nog steeds vrolijk naar beneden en de donkere wolken leken er niet op te wijzen dat dit snel zou stoppen. Ik realiseerde me dat ik ingesneeuwd was, no way dat het mogelijk was om met dit weer en door dit dikke pak sneeuw verder te trekken. Met een overvloed aan tijd begaf ik me in de woonkamer waar ik de gehele dag vol gegoten werd met boterthee, zoutthee en melkthee. Ik merkte dat ik een bepaalde vlucht modes was, continue overdenkend wat de beste weg kon zijn om verder trekken. De eigenaar van het gasthuis, Dorma genaamd, merkte mijn rusteloosheid op en maande me tot rust met de woorden; no tension no tension. Hij had gelijk, wederom werd ik geconfronteerd met mijn eigen geest. Wat voor zin had het om me te verzetten, het sneeuwde en ik zou dus een tijdje hier blijven, no worries. Langzaam gaf ik me over aan dit vooruitzicht. De volgende dag was het gestopt met sneeuwen en ik gebruikte alle energie die ik in me had om te helpen met het ruimen van de sneeuw. Dorma was een boer en dat betekende dat niet alleen de stallen en het huis sneeuwvrij gemaakt moesten worden maar ook de landerijen waar de voorraden voor de winter opgeslagen lagen onder dunne lagen plastic. Zeven uur lang werkten we vrijwel non-stop door, alleen rustend voor een glaasje boter thee of wat rijst met bonen. Beetje bij beetje werd de zon toegelaten om haar stralen door de wolken te werpen en ons zo te helpen alles sneeuwvrij te maken. Maar het pak sneeuw dat was gevallen gaf zich niet zomaar gewonnen. De volgende dag was de pas van 4450 meter hoog die me van het volgende dorp scheidde nog steeds bedekt met een dikke laag sneeuw van 50cm. Dorma, die me wederom wist te lezen als een open boek, zag dat ik graag naar het volgende dorp wilde trekken. Die avond begaf hij zichzelf naar de gompa, die zich in een van de vijf huizen bevond, om de daar aanwezige satelliet telefoon te gebruiken. Het lukte hem om het volgende dorp, genaamd Lingshed, te bereiken. Eenmaal thuisgekomen vertelde Dorma dat in Lingshed meerdere trekkers waren die ook waren ingesneeuwd. Sterker nog zij probeerden om een helikopter te regelen die hen uit de bergen kon halen en in veiligheid kon brengen. Dat klonk me als muziek in de oren! De volgende ochtend werden we verwelkomd door de zon, waarop we besloten om naar Lingshed af te reizen. Dorma, een paard met een studente, een paard met mijn bagage en ik vertrokken vol goede moed. Het paard met de studente besloot dat het geen zin had om door de dikke sneeuw de pas over te trekken. Dit gaf mij de tijd en ruimte om een weg te banen door de sneeuw. Iedere stap die ik zette leidde tot een nieuw perspectief op de prachtige omgeving. Hoe hoger we kwamen des te meer overzicht we kregen over een oneindig panorama aan bergketens en bergtoppen rondom ons. Eenmaal over het hoogste punt van de pas heen kwam langzaam maar zeker de vallei die het dorp Lingshed bevatte in zicht. De bergketen die deze vallei beschermde lag met haar ondoordringbare verticale rotswanden als een liefdevolle schelp om Lingshed heen, met Lingshed in het midden als een parel. Aan de rand van het dorp lag het klooster, precies onder een verticale rotswand van honderden meters hoog. De monniken in het klooster moeten wel erg veel vertrouwen in hun gebeden hebben om op zo’n plaats te bouwen. Voordat ik het wist liep ik tegen een Duitse trekker aan, de eerste trekker die ik in een week tijd ontmoette. De Duitse man viel Dorma in de armen, blijkbaar kende ze elkaar al vijf jaar. Minuten later werd ik door het doolhof, ofwel het klooster, geleid naar de kamer van een monnik. Lama Norbu, een monnik van nog geen 23 jaar oud gaf vol mededogen zijn kamer op zodat ik daar kon slapen, wat een eer! Die avond woonde ik mijn eerste Punja/Pundja (geen idee hoe je dit officieel schrijft) bij, Punja is een gezamenlijk gebed wat drie maal daags in dit klooster wordt uitgevoerd. Alle monniken komen samen in een speciale gebedsruimte om samen hun gebeden en mantra’s op te prevelen. De monniken zitten voor een groot raam waarachter de volledige bergketens rondom Lingshed te zien zijn, terwijl zij hun gebeden prevelen zakt de zon langzaam achter te bergen totdat de laatste toppen hun goudkleurige gloed verliezen en de donkerte intreed. Hierdoor worden de monniken niet meer dan silhouetten in de door kaarsen verlichte ruimte, de rook die vanuit de keuken het vertrek inrolt geeft het geheel samen met de ritmische klanken van de monniken een mysterieuze en haast sacraal gevoel. Wanneer de gebeden langzaam wegebben loop ik tevreden terug naar mijn vertrek. Hier word ik wederom verrast. Lama Norbu is een maaltijd voor me aan het koken, terwijl hij kookt word ik vergezeld door de twee jongste monniken. Met zijn drieën hebben we de tijd van ons leven. Samen maken we nepscheten, luisteren we muziek, doe we ons voort als wilde dieren en rollen we over de grond van het lachen. Maar steeds als Lama Norbu de hoek omdraait om ons in de gaten te houden doen we alsof we zeer serieus aan het lezen zijn, het is immers studietijd. Na het avondeten word ik door de twee jonge monniken ingestopt en met een glimlach op mijn gezicht val ik in slaap. De volgende dag woon ik het Punja ritueel drie keer bij, de geweldige atmosfeer die ontstaat wanneer de monniken samen bidden voelt alsof de lucht geladen is met positieve elektriciteit. Tussen deze Punja periodes door wonen de monniken hun klas bij. De meest opvallende daarvan is de beoefening van filosofie doormiddel van discussie. Terwijl een monnik op de grond zit wordt hij ‘belaagd’ door verschillende andere monniken die argumenten en vragen op hem afvuren. Ieder argument wordt afgesloten met een klap in de handen waarop de zittende monnik een passend antwoord dient te geven. Wanneer dat gebeurt wordt het volgende argument afgevuurd. Zo is de gehele binnenplaats begeven van de in rode gewaden geklede monniken die al klappend met elkaar in discussie gaan. Buiten de monniken om zijn er twee groepen trekkers in de nabijheid van het klooster gesetteld, beiden proberen helicopters te regelen door middel van de satelliet telefoon. Echter, door alle reddingswerkzaamheden die in heel Noord-India plaatsvinden door de onverwachte sneeuwval, heeft de helikopter het begeven. Het is dus wachten geblazen. Na achterhaald te hebben wie de helikopter kan regelen lukt het me om een plaats te regelen bij een van de groepen. De volgende dag is plots vol actie. De Duitse groep heeft hun ambassade weten te bereiken, deze probeert nu een grote legerhelikopter te regelen die alle trekkers uit Lingshed kan bevrijden. We worden gemaand om onze tassen klaar te zetten zodat we snel kunnen vertrekken indien het leger tot actie over gaat. Tegelijkertijd is de gids van de Chinese groep te paard vertrokken naar een nabijgelegen dorp waar mogelijk jeeps zijn. Dan word ik benaderd door een paardenman die vraagt of ik morgen met hem en zijn acht paarden de oversteek wil wagen over de 4750 meter hoge pas, een pas die nog volledig ondergesneeuwd is. Deze oversteek is echter wel de laatste grote pas die bedwongen dient te worden voordat ik veilig Padum kan bereiken. Padum is het middelpunt van mijn trek en vanuit hier is het mogelijk de bewoonde wereld te bereiken, mits de wegen niet geblokkeerd zijn door lawine’s en modderstromen. Vol hoop en spanning wachten we die avond met zijn allen in de telefoon kamer van het klooster, hier is de satelliet telefoon aanwezig. Dan komt het nieuws dat de leger helikopter niet zal komen, onze levens zijn niet in gevaar hier in het klooster terwijl veel reizigers wel in levensbedreigende situaties zitten. De prive helikopter is echter gemaakt en kan morgen naar Lingshed komen, er blijken alleen maar vier plaatsen ipv vijf plaatsen aan boord te zijn. Hierdoor vervalt mijn plaats als vijfde wiel aan de wagen van de chinese groep. Ofwel, mijn beslissing wordt bepaald door het lot, ik zal morgen de pas oversteken met een man en acht paarden. Dan hoor ik dat er een Italiaanse trekker is gearriveerd die samen met mij de oversteek wil wagen de volgende morgen. Terwijl ik mijn laatste Punja bijwoon wordt de Italiaan betoverd door zijn eerste Punja, waarop hij besluit nog een dag in het klooster door te brengen. Na Lama Norbu uitgebreid bedankt te hebben verlaat ik Lingshed samen met een echte Zanskarnees en zijn acht paarden. We gaan geweldig van start, de paarden luisteren goed en binnen twee uur bereiken we de voet van de pas. Dan begint het gevecht. Tot nu toe hadden we het geluk een sneeuwvrij pad te bewandelen en meer af te dalen dan te moeten klimmen. Nu zakken we bij iedere stap dieper weg in de sneeuw, zoekend naar een pad dat we zelf moeten creëren. De sneeuw reikt uiteindelijk tot onze knieën en terwijl de hoogte haar werk doet en kleine golven van misselijkheid door mijn lichaam zendt wordt iedere stap zwaarden en zwaarder. Dan beginnen de paarden langzaam aan steeds meer weerstand te tonen. Plots word ik gepromoveerd tot paardenman. Nu is het mijn taak om door de sneeuw te rennen en de paarden die ongecontroleerd een richting oplopen in bedwang te houden. Deze klim vergt fysiek al alles wat ik in me heb maar nu lijkt het simpelweg onmogelijk. Mijn geest lijkt compleet stil te staan, er is enkel uitputting en de waarneming dat de paardenman allerlei commando’s op me afvuurt die ik blijkbaar dien uit te voeren. Op een moment lijken we compleet te stagneren en verlies ik even het gevoel dat we de top veilig gaan oversteken, dit terwijl we slechts een paar honderd meter verwijderd zijn van de oversteek. Ondertussen begint mijn hoofd te exploderen van de hoogte. Ik forceer mijn lichaam om stap voor stap omhoog te klimmen, met een paard aan mijn zijde banen we samen een weg omhoog en wonder boven wonder volgen de andere paarden braaf. Uiteindelijk bereiken we de top! Wanneer de extreme vermoeidheid eenmaal wat wegebt begint het besef in te dalen dat ik omringt word door een oneindige hoeveelheid bergtoppen die trots de hemel in prijken. Terugkijkend naar Linshed zie ik de reflectie van een verrekijker en ik weet dat iedereen in het klooster vol spanning naar onze strijd heeft gekeken. Trots nemen we waar wat we bedwongen hebben. Dan zetten we de afdaling in, even denk ik dat de rest van de tocht een eitje zal zijn. Na twee uur afgedaald te zijn langs een meanderend beekje rusten we in de zon die al langzaam begint weg te zakken achter de bergen. Dan beginnen we aan een afdaling die ik niet snel zal vergeten. De gids neemt de leiding samen met een paard, ik sluit het gevolg af. Echter, zo koppig als de paarden waren terwijl we door de sneeuw naar boven klommen, zo gretig zijn ze in het afdalen van de meest onbegaanbare paden. Voor ik het weet rennen de paarden steeds verder van me vandaan. Door het water, over rotspartijen, langs besneeuwde stukken en door struiken. Als een malloot hol ik achter de paarden aan, met mijn schoenen door het water, wegglijdend over smalle paadjes en terwijl ik diverse takken vol in mijn gezicht krijg. Als iemand me hier nu zou zien zou die persoon waarschijnlijk gedacht hebben dat ik achtervolgd word door een leeuw. Ruim een uur lang dalen we op deze manier af, steeds als de gids even stop zegt hij ‘easy, easy, we will go slow’. Maar al snel besef ik dat wat voor hem langzaam is voor mij topsnelheid is. Eenmaal aangekomen bij, wat ik dacht dat ons kamp zou zijn voor de nacht, blijken we nog twee uur te moeten overbruggen. Mijn geest heeft zich overgegeven, zonder protest strompel ik achter mijn gids aan over de meest absurde bergpaden, paden die ik normaal niet eens zou bewandelen. Dan komen we eindelijk aan bij een huis, vier agressieve honden houden hier de wacht. Blijkbaar is dit een gebied waar aardig wat beren rondlopen. Wat een dag, vandaag hebben we 30km afgelegd, iets wat op een vlakke ondergrond al fysiek zwaar is. Uitgeput dommel ik weg, me niet realiserend dat dit tempo nog twee dagen volgehouden zal worden. De twee dagen na het oversteken van de pas leggen we nog tweemaal 30km af. Onderweg komen we misschien wel tien keer verse berenpoep tegen. Gelukkig ben ik niet alleen onderweg! Terwijl we langzaam de Zanskar vallei benaderen wordt de ondergrond steeds vlakker, hier is het mogelijk om niet alleen te lopen maar ook paard te rijden. Een probleem, ik heb nog nooit fatsoenlijk paard gereden. No worries zegt de gids. Voor ik het weet zit ik op een paard dat in plaats van een zadel een houten stellage op zijn rug heeft. Hier in het midden van de Himalaya leer ik langzaam maar zeker hoe ik een paard in bedwang houd en deze naar me laat luisteren. Natuurlijk gaat dit niet zonder slag of stoot. Zodra de baas uit het gezichtsveld is verdwenen besluit mijn paard zich grondig te verzetten, iets dat me zeker in het begin verrast waardoor ik nog net niet de afgrond in gelanceerd word. Dan verschijnt daar Padum aan de horizon, het beloofde land. Hier neem ik afscheid van de man waarmee ik drie dagen lang lief en leed gedeeld heb. Ik draai de hoek om en loop daar de Italiaan uit Lingshed tegen het lijf. Hoe dan, deze man heeft in 2 dagen 90km afgelegd, zonder paarden. Hij verteld hoe hij in onze voetsporten de pas overgestoken is en in zijn tentje op het bergpad geslapen heeft, recht naast een verse hoop berenpoep. Op zijn tweede dag kwam hij een jeep tegen met daarin een Duitser en een Zwitser. Zo wist hij in twee dagen te overbruggen wat mij drie dagen kostte. Samen besluiten we dat het gekkenwerk is om verder te trekken naar Darcha, waarop we onze tocht dus halverwege afblazen. Voorbij Padum neemt de sneeuw enkel toe en is het ook nog eens onbehaaglijk koud. Samen met de Zwitser, Duitser en Italiaan rijden we in twee dagen terug naar Leh. Terwijl onze jeep ons over een van de meest onbegaanbare wegen voert, langs gletsjers en de meest fantastische landschapen lig ik samengekrompen tegen de deur aan. Ik heb stevige voedselvergiftiging opgelopen, twee dagen lang krijg ik niks door mijn strot, behalve dan dat er van alles mijn strot weer uitkomt. Wanneer we de Indus vallei benaderen begin ik me eindelijk weer wat beter te voelen. Magertjes en verzwakt kom ik aan in Leh. Maar wel met een fantastisch avontuur rijker, drie nieuwe vrienden en allerlei plannen om met deze drie vrienden de omgeving van Leh te gaan verkennen. Zo zijn de eerste weken van deze reis direct een goede test waarin ik vooral de vele hordes in mijn eigen geest heb mogen overbruggen. Wie weet wat er nog op mijn pad gaat komen….

under: Geen categorie

Older Posts »

Categories